Prijsdansen krijgt vervolg tijdens 55ste carnaval in Vossenol

NIEUW-VOSSEMEER – “Ut blèft un buitegewóóne kermusatráksie!” is het motto waaronder volgend jaar – voor de 55ste keer – carnaval wordt gevierd in ’t Vosse-ol. Dit naar aanleiding van de vermelding van het prijsdansen op de nationale lijst voor immaterieel erfgoed.

Prins Ruud d’n Eerste (Ruud van den Beemd) – voor het elfde jaar op rij in deze functie – maakte het motto gisteravond rond de klok van elf uur bekend tijdens de 11/11-viering in ’t Wagenhuis, waar de Nieuw-Vossemeerse carnavalsliefhebbers ook vol verwachting uitkeken naar de presentatie van de nieuwe Grotste Boer.

Op dit personage in de hofhouding moeten zij echter nog even wachten. De opvolger van Boer Geert wordt pas bij de eerste kindermiddag, half februari, bekendgemaakt. Hij of zij – zijn of haar identiteit bleef geheim – kon door persoonlijke omstandigheden namelijk niet bij de start van het carnavalsseizoen aanwezig zijn.

Unieke traditie

Toen dat eenmaal duidelijk was, kon het prijs- of kegeltjesdansen beginnen, zoals dat normaal gesproken altijd in september op kermismaandag gebeurt. Een uniek volksgebruik waarmee Nieuw-Vossemeer, dankzij de televisie-opnames van ‘Man bijt hond’, onlangs zelfs landelijke bekendheid verwierf.

Een buitengewone kermisattractie, dat is en dat blijft het, vandaar de keuze voor dit motto. ‘Waor un klein durpke ok êêl groot in kan zijn’, zo viel dan ook te beluisteren in het nieuwe carnavalslied dat tot besluit van de officiële programma ten gehore werd gebracht.