Horecaondernemers lopen op laatste ‘corona-benen’

STEENBERGEN/KRUISLAND/NIEUW-VOSSEMEER – De donkere dagen voor Kerst zijn voor de horecaondernemers dit jaar gitzwart. Na de persconferentie van het kabinet afgelopen dinsdag werd het laatste beetje hoop voor de horeca de grond in geboord. Misschien mogen de deuren half januari weer open, maar ook dat is nog onzeker vanwege de besmettingsaantallen. Inmiddels heeft de moedeloosheid plaats gemaakt voor frustratie en onbegrip, omdat in twijfel wordt getrokken of de restaurants en cafés wel de besmettingshaarden zijn.

“Misschien denk ik te simpel, maar we zijn nu alweer weken dicht en toch dalen de coronacijfers niet. Dan is toch duidelijk wat wij al langer zeggen: de horeca is niet de boosdoener en kan met de juiste maatregelen verantwoord en veilig open”, zo stelt Edwin Maas, eigenaar van De Commerce in Kruisland. Toch durft premier Rutte het niet aan om in de huidige toestand de sluitingen op te heffen.

“Oliebollenverkoop om bezig te blijven, maar zorgen om januari”

En dus heeft Maas opnieuw zijn creativiteit aangeboord om oplossingen te vinden om bezig te blijven en een centje te verdienen. In het weekend opent hij de schuifdeuren van zijn zaak aan de Markt om er oliebollen, appelbeignets en churros te verkopen. “Daar heb ik een investering voor gedaan waarvan ik niet weet of ik die ga terugverdienen, maar toch vind ik dat beter dan thuiszitten. Ook hebben we nu een goede bestelshop op internet, waar ik in de ‘normale’ tijd nooit mee zou zijn begonnen. Maar dat hebben bijna alle horecaondernemers nu wel gedaan, dus de rek is eruit. Ik maak me vooral zorgen om januari. Kerst gaat nog wel met het bezorgen van kerstmenu’s, maar januari is de maand van de hand op de knip en ik zie ons nog niet opengaan dan”, aldus Maas. 

“Voorraden moeten worden weggegooid”

Het ontbreken van perspectief is precies datgene waar de belangenvereniging van de horeca zich zo boos over maakt. “Voor mijn part zeggen ze dat we 1 mei weer open mogen, dan hebben we iets om naar toe te werken. Dan kan je als ondernemer plannen maken. De situatie wordt nijpend; vijf of zes maanden dicht zijn op een jaar is funest. Er komen steeds meer kosten bij, zo moet ik zelf nu voorraden gaan weggooien die niet meer goed zijn”, zegt Toine Koch, voorzitter van de afdeling Steenbergen van de Koninklijke Horeca Nederland en eigenaar van zaal Koch in Kruisland. Over het statement vanuit een deel van de leden om sowieso op 17 januari te openen, is Koch duidelijk. “We houden onze poot stijf.”

“Vergoeding is slechts kleine pleister op de wond”

Het kabinet heeft aangekondigd nog eens met 3,7 miljard aan extra coronasteun te komen voor bedrijven en werknemers om faillissementen en werkeloosheid zoveel mogelijk te voorkomen. Ondernemers die hard zijn getroffen, zoals de cafés, krijgen tot 70 procent van hun kosten vergoed. Maar volgens Peter Jongenelen, eigenaar van bar Het Hoofdkantoor, is het slechts een kleine pleister op de wond die blijft bloeden. “Je draait totaal geen omzet, dus het schiet niet op. Ik had echt op een beter pakket maatregelen gehoopt. Daarom hoop ik dat de overheid met maatwerk gaat komen, in plaats van dat alle horeca over één kam wordt geschoren. Maar nog liever ga ik open zodat ik mijn werk weer met liefde en plezier kan gaan doen, al besef ik dat dat nog lange tijd met beperkende maatregelen zal moeten zijn.”

Ondernemers missen persoonlijk contact hun gasten

Dat maatwerk is iets wat Jack Bosters van ’t Wagenhuis in Nieuw-Vossemeer kan beamen. Hij hoopt dat er in de toekomst naar de vierkante meters wordt gekeken, in plaats van een vast aantal gasten te hanteren. Hij kan er in zijn zaak namelijk veel meer kwijt. “Het is lastig, vervelend en frustrerend. Bij de eerste lockdown was het nog mooi weer en bestelden mensen graag eten om gezellig in de tuin op te eten. Maar inmiddels zitten we in de winter en duurt deze situatie maar voort. Het is ook voor gasten bijna niet te overzien.”

Naast het financiële aspect beginnen de ondernemers het enorm te missen om hun gasten te ontvangen en ze in de watten te leggen. “We zijn zo langzamerhand wel toe aan een goed feest”, verzucht Bosters. Ook Edwin Maas mist het gastheerschap. “Als ik bij een afhaalrestaurant had willen werken, met alle respect voor die mensen, dan had ik wel bij de MacDonalds gesolliciteerd.”

Foto: Het valt horecaondernemers zoals Peter Jongenelen, Jack Bosters en Edwin Maas zwaar dat het kabinet hen geen perspectief heeft geboden. Maas is oliebollen erbij gaan verkopen om bezig te blijven. “Maar januari gaat lastig worden.”

(Door Nicole van de Donk)

Beelden bij dit artikel