Dr. Willem Adriaan van Ham (1937-2020) zette vestingstad Steenbergen terug op de kaart

Steenbergen – Op 3 juni 2020 overleed Dr. Willem Adriaan van Ham op 83-jarige leeftijd in zijn woonplaats Bergen op Zoom. Daar was hij van 1965 tot zijn pensionering gemeentelijk stadsarchivaris. Van Ham kwam als 1-jarig jongetje met zijn ouders naar De Heen en verhuisde in 1950 met hen naar de stad Steenbergen. Hij werkte er op het gemeentehuis waar zijn interesse en passie voor de historie van stad en streek groeide. Van Ham ontwikkelde zich tot een van de grootste kenners van de Brabantse historie. Dit kwam onder meer tot uiting in de honderden publicaties die hij erover schreef. Het is dan ook niet verwonderlijk dat oud-Steenbergenaar Professor Han Leune en hij op goede voet stonden. Samen deelden zij de liefde voor de historie en de behoefte om deze op wetenschappelijke wijze te onderzoeken en vast te leggen. Bij het afscheid van Willem van Ham gaf Leune een toespraak die hij, in enigszins aangepaste vorm, op verzoek beschikbaar stelde aan de Steenbergse Courant.

In memoriam Dr. Willem Adriaan van Ham (1937-2020)door Prof. Dr. Han Leune

“Willem van Ham leerde ik aanvankelijk uitsluitend kennen via zijn publicaties over
West-Brabant. Pas toen ik mij ging verdiepen in de geschiedenis van Staatse forten aan de Schelde raakte ik met hem in contact. De intensiteit daarvan nam toe toen ik ging bijdragen aan de ontsluiting van de geschiedenis van Steenbergen en daarover ging publiceren. Wij voerden een uitgebreide correspondentie via e-mail en ettelijke malen ontmoetten wij elkaar in Bergen op Zoom, meestal in de woning van zijn vriend Han, waar ik gastvrij werd ontvangen. Ik deed nimmer vergeefs een beroep op zijn formidabele kennis over de geschiedenis van West-Brabant in het algemeen en Steenbergen in het bijzonder. Willem was een wandelende encyclopedie. Hij heeft mij behoed voor vele fouten en diverse suggesties gedaan over te raadplegen archief- en literatuurbronnen. Hij hielp mij bij de transcriptie van lastig te ontcijferen oud Hollandse teksten en bij de duiding van voor mij raadselachtige historische gebeurtenissen en ontwikkelingen. Ik ben hem daar zeer dankbaar voor. Graag had ik hem mijn aanstaande boek over de stadselite van Steenbergen in de periode 1590-1795 overhandigd.

In zijn leven heeft de gemeente Steenbergen een belangrijke rol gespeeld. Hij werd er niet geboren, maar woonde er 37 jaar. Toen hij anderhalf jaar oud was verhuisden zijn ouders van Fijnaart naar het dorp De Heen. Daar groeide hij op tot 1950. Hij deed er communie en bezocht er de lagere school. Hij maakte kennis met het leven in en het landschap van De Heen zoals dit door A.M. de Jong in zijn acht boeken over Merijntje Gijzen beeldend is beschreven. Vanaf 1950 woonden zijn ouders in de stad, overigens vrijwel gelijktijdig met mijn ouders die vanuit Sint Philipsland naar Steenbergen trokken. Na enige verhuizingen belandde het gezin in de Van Hoogendorpstraat. Willem woonde daar tot hij in 1975 naar Bergen op Zoom verhuisde, waar hij toen reeds tien jaar als assistent-archivaris werkzaam was.

In het jaarboek 2014 van de Steenbergse heemkundekring “De Steenen Kamer” werd een artikel van Willem gepubliceerd waarin hij terugblikte op zijn levensloop. Hij schreef dat zijn
belangstelling voor de geschiedenis van Steenbergen in 1952 tot ontwikkeling kwam toen hij in Breda een tentoonstelling bezocht waarin een maquette was te zien van de vesting Steenbergen in de 17de eeuw. Een volgende aansporing (zoals hij deze typeerde) was een bescheiden expositie over de geschiedenis van de stad en de streek in het gemeentehuis van Steenbergen kort na de ramp van 1953. Hij schreef hierover: “Tot mijn verbazing trof ik hier foto’s en plattegronden aan die de plaats als een vestingstad afbeeldden. Op school had ik daarover nooit iets gehoord, zoiets zou mij immers niet zijn ontgaan. Daar wilde ik meer over weten en van toen af werd het duidelijk dat ik “iets” (maar wat wist ik eigenlijk nog niet) wilde gaan betekenen op het gebied van de geschiedschrijving.” Kort daarna, in 1954, werd hij in Steenbergen benoemd tot klerk op het stadhuis. De archieven van de stad bevonden zich toen nog in de brandvrije kasten van het gemeentehuis en lagen dus onder zijn handbereik. In zijn vrije tijd, waaronder vele avonduren, kreeg hij gelegenheid om erin te duiken. Zo kwam zijn kennis over de historie van Steenbergen en omgeving tot ontwikkeling. Dit kwam tot uitdrukking in zijn eerste publicatie die in 1957 verscheen, geschreven samen met Frans Brekelmans, die door Willem werd beschouwd als een van zijn leermeesters. De publicatie handelde over de vestingwerken van Steenbergen tot 1630.
Menigmaal toonde Willem zich bezorgd over het ontbreken in Steenbergen van belangstelling bij bestuurders en grote delen van de bevolking voor de eigen geschiedenis. Het deed hem goed dat hierin sinds enkele jaren een kentering is gekomen, vooral door tal van activiteiten van de heemkundekring “De Steenen Kamer” waarvan Willem in 2014 lid werd. Het gemeentebestuur van Steenbergen voert momenteel een actief erfgoedbeleid. De viering van het 750-jarig bestaan in 2022 komt in zicht.

In zijn doen, laten en spreken was Willem een echte Brabander. Zowel van vaders- als van moederszijde waren er stevige Brabantse wortels. Zijn Babantse geaardheid kwam tot uitdrukking in zijn publicaties. Die hebben overwegend betrekking op Brabant, ook het Brabant ten tijde van het hertogdom. Zijn historische belangstelling reikte verder, maar zijn publicaties bestrijken een geografisch afgebakend terrein. In die zin was Willem een rasechte streekhistoricus, overigens steeds met oog voor de context waarbinnen zijn geliefde streek functioneerde, een context die menigmaal van beslissende betekenis was voor de ontwikkelingsgang ervan in militair, bestuurlijk-politiek en economisch opzicht.

Willem laat met ruim 500 publicaties een imposant oeuvre na. Tot zijn publicaties die op mij veel indruk hebben gemaakt behoren:
• Zijn magistrale dissertatie over macht en gezag in het Markiezaat van Bergen op Zoom in de periode 1477-1583, een standaardwerk over de geschiedenis van dit gebied, verschenen in het jaar 2000. Dit proefschrift (zijn magnum opus) was een bekroning van zijn intellectuele ontwikkeling. Er lag monnikenwerk aan ten grondslag. Indien ik deel zou hebben uitgemaakt van zijn promotiecommissie (hetgeen geenszins voor de hand had gelegen) zou ik ervoor hebben gepleit dat aan hem de hoogste academische graad werd toegekend met als iudicium cum laude.
• Zijn boek “Merck toch hoe sterck” over de geschiedenis van de vestingwerken van Bergen op Zoom, waarin ook aandacht is besteed aan de waterlinie tussen Bergen op Zoom en Steenbergen die tegenwoordig ietwat pretentieus wordt omschreven als de West-Brabantse Waterlinie.
• Zijn diverse publicaties over de vesting Steenbergen, waaronder de schets van de ontwikkeling daarvan in de Vestingatlas Noord-Brabant van de Stichting Menno van Coehoorn.
• Zijn uitgebreide inleiding en vele annotaties bij het boek van Johan Faure over de geschiedenis van Bergen op Zoom.
• Zijn samen met Karel Leenders geschreven boek over twee belangrijke “polderkaarten” van West-Brabant, de “Gastelse kaart” uit 1565 en de “Mauritskaart” uit 1590.
Nog dit jaar zal zijn bijdrage verschijnen aan een bundel over het leven van een markante markies van Bergen op Zoom: Jan Glymes IV (1528-1567). Aanvullingen op het boek van Willem over wapens en vlaggen van Noord-Brabant, dat in 1986 verscheen, zullen eveneens postuum worden gepubliceerd.

Willem was een uiterst bescheiden man. Hij had alle reden om trots te zijn op zijn prestaties als archivaris en historicus, maar liep daarmee geenszins te koop. Voor zijn maatschappelijke verdiensten werd hij in 2007 terecht onderscheiden als ridder in de Orde van Oranje-Nassau. Willem’s intellectuele nalatenschap blijft onder ons. Wie schrijft die blijft.”

Deze foto van Willem van Ham (links) en Han Leune werd genomen in 2018. Op de achtergrond een kopie van de “Gastelse kaart” de oudste (1565) gedetailleerde polderkaart van West-Brabant.

Foto: privé-bezit Han Leune©