De laatste oorlogsdagen langs de Eendracht

30 oktober 1944: Halsteren, Lepelstraat en eiland Tholen bevrijd

Bergen op Zoom werd op 27 oktober 1944 door de geallieerde troepen bevrijd. Vanuit Halsteren werd Bergen op Zoom door de Duitse artillerie beschoten. Na een zware strijd wisten de Canadese troepen op 29 en 30 oktober over de Zoom door te stoten naar Halsteren en Lepelstraat. In die zelfde nacht werd om  3 uur  de Thoolse brug opgeblazen door de Duitsers. In de morgen, rond de klok van tien uur werd vanuit Halsteren Tholen beschoten. Deze beschieting veroorzaakte nagenoeg geen schade. Na beëindiging van de beschieting verschenen enkele Canadese verkenningsvoertuigen aan de Brabantse oever van de Eendracht. Vanuit Tholen werd onmiddellijk een roeiboot ingezet naar de Brabantse kant. Drie Canadezen voeren mee terug naar Tholen.

Op de schouders

Honderden inwoners hadden zich inmiddels aan de waterkant verzameld. Het was een aangrijpend moment. De menigte droeg de Canadezen op haar schouders mee naar het stadhuis. Na het uitwisselen van inlichtingen vertrokken zij weer snel en werden terug overgezet naar de Brabantse kant. De Thoolse Orde Dienst (OD) kreeg dezelfde dag van het geallieerd commando uit Bergen op Zoom de opdracht om naar Oud-Vossemeer te gaan en aan het veer een stelling te betrekken. De OD vestigde zich in het veerhuis. Dag en nacht bewaakte zij de omgeving van het veer omdat aan de overzijde van de Eendracht de vijand zat. 

De laatste dagen aan het Veer van Oud en Nieuw-Vossemeer

De Glymespolder onder Lepelstraat was zuidelijk door de Canadezen bevrijd. De Duitsers hadden de kruising Glymesweg – Rubeerdijk en het noordelijk deel, met als grens de Glymesweg, nog in handen.
In dit noordelijk deel hadden de Duitsers een stelling waarmee met regelmaat de Oud-Vossemeersedijk werd beschoten. De zeedijk aan de Brabantskant werd bewaakt door Armeniërs onder Duits commando. Een commandopost was ingericht op de boerderij van Verdonk aan de Kortelijk op circa 250 meter van de zeedijk.
De Kaai en de Veerdam in Nieuw-Vossemeer waren vanaf eind juni ‘44 verboden gebied. In die periode moesten bewoners nabij het veer zich af en aanmelden met speciale papieren. De Duitsers wisten niet beter dan dat er geallieerde militairen in Oud-Vossemeer waren. De veerboot moest daar weggehaald worden zodat de bevrijders hier geen gebruik van konden maken. In de avond van de 31e oktober probeerde een Duitse patrouille in een rubberboot de oversteek te maken, de Orde Dienst wist dit te voorkomen ondanks  hevig Duits mitrailleurvuur.

Gedwongen oversteek

Vervolgens gijzelde de vijand Johannes ten Hove, zijn zwager Toon Stormezand, Piet Koolen en Jan Eskens, allen bewoners van de Kaai in Nieuw-Vossemeer. Deze vier mannen werden door de Duitsers gedwongen enkele dagen voor de bevrijding in de nacht met een rubberboot de Eendracht over te steken om de veerboot te halen. Halverwege de overtocht werden zij beschoten vanuit Oud-Vossemeer. Tijdens de beschieting raakte de rubberboot lek. De overtocht werd afgebroken en met veel moeite keerde ze terug naar de Brabantse kant. De rubberboot bestond uit compartimenten zodat ze nagenoeg droog de kant konden bereiken. Tijdens de terugtocht raakte Piet Koolen in het bootje licht gewond. De nacht verliep onrustig. Voor de vier mannen uit het bootje had het verder geen gevolgen. De vier wisten dat Tholen inmiddels bevrijd was maar niet dat de Canadezen het overgedragen hadden aan de OD.

Opgeblazen

Met regelmaat namen de Duitsers de zeedijk bij Oud-Vossemeer onder vuur. De Thoolse OD – het merendeel was gevlucht – had zich teruggetrokken. In de avond was het de Duitsers toch gelukt één veerpontje op te blazen. Nog dezelfde avond wordt aan de Canadezen in Bergen op Zoom om hulp gevraagd. De geallieerden stelden geen manschappen ter beschikken. Zij wilde niet afwijken van hun geplande strategie naar Steenbergen, maar gingen overleggen met de Bergse-Halsterse OD. De volgende morgen meldde zich bij de commandopost in Oud-Vossemeer een groep Bergse OD’ers met lichte handvuurwapens voor versterking .

Dodelijk getroffen

Een Canadese officier maakt, een dag later, op 2 november een inspectie tocht over het eiland. In Oud-Vossemeer op de bovenverdieping van het veerhuis waar een uitkijkpost is ingericht, heeft hij een gesprek met de OD. Tijdens dit gesprek staan ze door het raam naar de Duitse stellingen te turen. Op dat moment wordt vanaf de molen van Nieuw-Vossemeer geschoten. Een van hen wordt dodelijk getroffen. Het is de 24 jarige Cornelis Franken uit Bergen op Zoom. Die middag bleef het onrustig. Geregeld was er vijandelijk vuur. De uitkijkpost beschikte niet over vuurkracht, zij hadden slechts enkele pistolen. Diezelfde dag komt er vanuit Tholen versterking met krachtige handvuurwapens. Het was rond de klok van drie uur. De OD’er Boudewijn Kooiman uit Sint Annaland bemande een stelling aan de zeedijk. Hij stak zijn hoofd uit de schuttersput voor het observeren van de vijand aan de overzijde van de Eendracht. Plots werd hij getroffen door vijandelijk vuur en overleed vlak daarna. De OD’ers woedend door de dood van hun kameraden, namen de overzijde hevig onder vuur. Aan de Brabantse zijde vielen twee Duitse slachtoffers waarvan een dodelijk. Zij stonden boven op de dijk tussen het café van Piet Koolen en het woonhuis van Johannes ten Hove.

Voorgevel weggeblazen

Het militair commando werd onmiddellijk ingelicht over deze incidenten. Korte tijd later beschoot de geallieerde artillerie vanaf Halsteren de Duitse stellingen aan het veer, zeedijk en polders. Een van de granaten zwaaide af richting het dorp en sloeg in aan de zijkant van de Joannes de Doperkerk. De zijgevel werd hierdoor zwaar beschadigd.  Op dat moment werd, op de Hoogte, de gehele voorgevel weggeblazen van het kruidenierswinkeltje van Kees Rozendaal.

Nieuw-Vossemeer bevrijd

Na deze beschietingen werd de OD van Oud-Vossemeer in de avond afgelost door stoottroepen uit Bergen op Zoom. De wachtposten werden op 3 november opgeheven, maar enkele verzetsmensen bleven op eigen risico achter om de veerpont en de haven van Oud-Vossemeer te bewaken. De volgende dag, 4 november, kwam het bericht dat Nieuw-Vossemeer was bevrijd door de A compagnie onder leiding van compagnies commandant kapitein G.H. Burke, van het 4e Lake Superior Regiment van het Canadese Bevrijdingsleger.

Gesneuvelden

De twee gesneuvelde OD’ers behoorden bij de Bergse ordedienst die versterking verleende aan het veer van Oud-Vossemeer. Cornelis Franken  1920-1944 is 24 jaar geworden  weervisser, lid verzet/ordedienst Bergen op Zoom, geboren  8 juli 1920 te Bergen op Zoom. overleden op 2 november 1944 te Oud-Vossemeer.
Boudewijn Herman Kooijman  1925-1944, lid verzet/ordedienst Bergen op Zoom, geboren 4 december 1925 te Sint Maartensdijk,  overleden op 2 november 1944 te Oud-Vossemeer.

Het Glymes

Zoals eerder opgemerkt was de Glymespolder (ten westen van Halsteren/Lepelstraat)  zuidelijk, op 31 oktober ’44, inmiddels door de Canadezen bevrijd. De Duitsers hadden de T-kruising Glymesweg-Rubeerdijk en noordelijk van Glymesweg, nog in handen. Rini Elling, verzetsstrijder en lid van de Binnenlandse Strijdkrachten, ging met nog 4  OD’ers van Halsteren / Lepelstraat op verkenning in de polder richting  sluis (nu poldergemaal De Pals). Tijdens deze tocht haakten zijn metgezellen af en Rini ging alleen verder. Hij kende de polder als geen ander. Vermoedelijk verkende hij de dijk richting Rampolder ook wel de verloren hoek genoemd. Rini keerde niet terug. Wat er  is gebeurd is een vraagteken, maar duidelijk is dat hij uitkwam bij de T- kruising Glymesweg-Rubeerdijk.

Mijnen

De volgende dag, kort na de middag reden twee Canadese verkenningsvoertuigen vanaf de Slotweg via de Glymesweg naar dezelfde kruising. Na een korte verkenning keerde het eerste voertuig op de kruising, reed door de berm over enkele mijnen en vloog de lucht in. De twee Canadese soldaten in het voertuig, D.D. Stark en D.H. Hiebert,  kwamen hierbij om het leven. Vermoedelijk werden zij gezien vanaf een Duitse stelling bij het boerderijtje van de familie Vriens op de kruising Zeeweg-Rubeerdijk (nabij fort Suikerbrood).

Ondervraagd

Het tweede voertuig nam geen risico en reed met hoge snelheid achteruit terug naar de Slotweg. De dag verliep onrustig, met regelmaat werd er met zware wapens geschoten.  De volgende dag kwamen vanuit de polder twee mannen aangelopen. Bij een wachtpost van de OD en Canadezen, nabij de Slotweg, werden zij ondervraagd. Een vernield militair voertuig en twee lichamen hadden ze zien liggen nabij de kruising Rubeerdijk – Glymesweg. Enkele uren later werden de twee Canadezen geborgen.

Nekschot

Het lichaam van Rini Elling werd dood aangetroffen aan de andere kant van de dijk in het Rampoldertje. Met een nekschot was hij omgebracht. In het voorjaar van ’45 werd in het zelfde poldertje tegen de dijk in een brede ploegvoor slechts een steek diep een Duitse soldaat gevonden enkele meters van de plek waar Rinie Elling was gevonden.  
Rinie Elling 1923-1944 is 21 jaar geworden. Elektricien, lid verzet/ordedienst Halsteren, geboren te Lepelstraat 23 juni 1923 gefusilleerd 31 oktober 1944 in het Rampoldertje van Nieuw-Vossemeer (ook wel de verloren hoek genoemd)

Foto: Het Veer bij Oud en Nieuw-Vossemeer. Op de achtergrond de kaai van Nieuw-Vossemeer met  de bewuste molen. Op de dijk het café van Piet Koolen en het woonhuis van Johannes ten Hove.                      

Foto: Bielzen kruis op de Glymesdijk nabij de kruising Glymesweg Rubeerdijk te Lepelstraat. Op het kruis is een kleine plaquette aangebracht met de tekst; Ter herinnering aan onze gevallenen 1940 – 1945

Door: Simon van Nispen – Heemkundekring Ambachtsheerlijkheid