Populatie en overlast ganzen neemt hand over hand toe

STEENBERGEN – Het aantal ganzen in Nederland is de afgelopen jaren sterk gegroeid en dat blijkt ook steeds duidelijker in de gemeente Steenbergen. Ondanks de drastisch toegenomen overlast, zijn er tussen onder andere overheidsinstanties, terreinbeheerders, natuurorganisaties, de landbouwsector en wildbeheereenheden nog geen concrete afspraken gemaakt over het terugbrengen van de populatie.

Tot 2002 golden ganzen ’s winters als ‘bejaagbaar wild’. Vervolgens kwam er een verbod op het afschieten van de dieren, die alleen nog maar weggejaagd mochten worden, bijvoorbeeld met geluidskanonnen. In uitzonderlijke gevallen werden wel afschotvergunningen verleend, maar ondertussen hebben de ganzen alle tijd van de wereld gehad om zich te vermenigvuldigen. Met als gevolg dat er nu ‘enorme hoeveelheden’ zijn, aldus voorzitter Niek van der Spelt van de Wildbeheereenheid Steenbergen.

Op landelijk niveau is inmiddels wel afgesproken dat de populatie jaarlijks met 250.000 tot 300.000 ganzen verminderd mag of zelfs moet worden, om ervoor te zorgen dat de overlast niet nog grotere vormen aanneemt. Over de manier waarop dit dient te gebeuren, bestaat evenwel geen duidelijkheid. Het Rijk heeft de verantwoordelijkheid hiervoor gedelegeerd aan de provincies, die met alle belanghebbenden tot een oplossing moeten zien te komen voor de problematiek.

Rui- en broedperiode

Dat blijkt vooralsnog geen eenvoudige opgave. ,,Nu roept iedereen ineens: ‘er moet iets aan gedaan worden’ en daarbij wordt vooral naar de jagers gekeken. Zij hebben bijna vanaf het moment dat het jachtverbod in werking trad geroepen dat het verkeerd zou aflopen. Nu is het inderdaad uit de hand gelopen en zouden de jagers het toch maar moeten gaan oplossen. Het druist echter tegen onze gedragscode in om te jagen op ganzen met jongen en ganzen die stil op het land zitten. Dat stuit ons tegen de borst, toch zeker in de huidige rui-periode, want dan kunnen die beesten niet zo gauw wegvliegen en hebben ze dus geen schijn van kans,’’ stelt Van der Spelt.

Vooral akkerbouwgronden met pas geplante broccoli-plantjes en percelen met graszaad of jong gras zijn volgens Van der Spelt populair bij de ganzen, die zich onder meer in groten getale ophouden in de polders bij Steenbergen, Dinteloord en Nieuw-Vossemeer. ,,Ze zitten hier dichtbij open water, het Volkerak, waar ze overnachten. Overdag gaan ze op zoek naar voedsel en landen ze vaak zodra dat kan.’’

Nijlganzen

Niet alleen het aantal ganzen is de voorbije jaren sterk toegenomen, er komen ook steeds meer verschillende soorten. Van der Spelt: ,,Je hebt hier wilde ganzen, kolganzen, brandganzen, grauwe ganzen, verwilderde boerenganzen én niet te vergeten ‘exoten’ zoals Canadese ganzen en Nijlganzen. Deze laatste twee soorten zijn van nature geen trekganzen en kom je ook wel tegen rond wat grotere binnenwateren, zoals in deze contreien de Kruisbeek. Zij blijven nota bene hun hele leven hier en overwinteren dus niet in het zuiden. Grauwe ganzen, brandganzen en kolganzen zijn wel trekvogels. Zij broeden in het noorden van Europa en Rusland en komen ’s winters, als het daar te koud wordt, naar Nederland om te overwinteren. Omdat zij zich hier veilig voelen, blijven ze nu ’s zomers ook.’’

Agrarische sector

Voorzitter Eric-Jan van Treijen van ZLTO Steenbergen-Bergen op Zoom beaamt dat de toename van de hoeveelheid ganzen met name voor de agrarische sector de afgelopen jaren een steeds groter probleem is geworden ,,Vroeger ondervonden boeren daar eigenlijk alleen ’s winters schade van, maar tegenwoordig ook in de zomermaanden. Het zou dus zeker geen kwaad kunnen als er iets aan gedaan gaat worden.’’

Concrete, grote schadegevallen hebben zich – voor zover Van Treijen weet – recentelijk echter niet voorgedaan in Steenbergen of directe omgeving. ,,Ik hoorde van de week wel dat ergens twaalf hectare sperzieboontjes waren afgevreten door ganzen.’’