Ondernemer vraagt raad om aanpak bouwval Grote Kerkstraat

STEENBERGEN – Na dertien jaar uitzicht op een verpauperende bende aan de overkant van zijn winkel aan de Grote Kerkstraat, is Dick Broekhuis er wel klaar mee. Volgens hem is het de hoogste tijd voor actie en om die reden heeft hij een brief gestuurd aan alle fracties in de Steenbergse gemeenteraad. De Volkspartij heeft de kritiek in artikel 40 vragen aan het college gegoten.

Een hele generatie Steenbergse kinderen weet inmiddels niet beter dan dat er aan de overzijde van Broekhuis Juweliers en Klokkenmakerij een bouwval staat. Van een pand mag amper meer gesproken worden aangezien het dak en een groot deel van de muren allang verdwenen zijn. Een brand en voortdurende blootstelling aan de elementen hebben de staat van het gebouw geen goed gedaan. “Vijf jaar geleden heb ik ook al aandacht gevraagd voor de situatie,” aldus Broekhuis. “Dat heeft toen geleid tot een groot fotoscherm waardoor de bende aan het oog onttrokken werd. Een prima oplossing, maar inmiddels is het scherm alweer drie jaar geleden verwaaid.”

Doe d’r wat aan

“De ondernemers van Steenbergen hebben zich aan vele regels te houden,” vervolgt de juwelier. “Er staat een streepje op straat tot waar wij onze borden mogen zetten, we betalen reclamebelasting en we lopen ons allemaal de gaten in de schoenen om de zaken op orde te houden. Wanneer je dit allemaal bij elkaar optelt, is het mijns inziens niet onterecht wanneer een ondernemer vraagt ‘doe d’r eens wat aan’.” 

Onkruid en ongedierte

Enige tijd geleden is het pand via een veilingverkoop in andere handen overgegaan. De nieuwe eigenaren zijn echter niet verder gegaan dan het plaatsen van houten schotten en bouwhekken. “Die wij vervolgens na ieder weekend weer overeind moeten zetten,” vertelt Broekhuis. “Het onkruid staat twee meter hoog en het wemelt er van het ongedierte. Er moet echt iets aan gebeuren. Als de eigenaar dat niet doet, dan moet de overheid verantwoordelijkheid nemen. De gemeente lijkt mij dan de eerste aangewezene.”

Ooglijk

Een cosmetische ingreep is wat Broekhuis betreft voldoende. “Ik verwacht echt niet dat het morgen verbouwd wordt. Ik wil alleen maar dat het schoon en aan de kant is. Zet er gewoon degelijk plaatwerk tegen en laat er een mooi graffitiwerk op spuiten of een poster tegenaan plakken, maar dat het in ieder geval weer ooglijk is.”

Volgens de ondernemer wijzen klanten en leveranciers hem regelmatig op de wanorde aan de overzijde. “Grote merken kijken niet alleen naar de winkel maar ook naar de locatie en het gebied er omheen. Wij zijn gelukkig een sterke onderneming waar merken graag willen liggen, want anders zou het voor sommigen een breekpunt kunnen zijn.”

Doorn in het oog

Kees de Bruin, voorzitter van het Retail Platform Steenbergen, sluit zich voor de volle honderd procent aan bij de woorden van zijn collega. “Vanuit de werkgroepen in het project Hart voor de Stad is er ook al melding van gedaan. Het is een doorn in het oog van ondernemers en het winkelend publiek en doet afbreuk aan de uitstraling van de stad. Naar mening van RPS heeft de gemeente een belangrijke rol te vervullen. Enerzijds om de eigenaar te manen zijn verantwoordelijkheid te nemen en anderzijds om ervoor te zorgen dat de veiligheid van het winkelend publiek gewaarborgd is en dat het er weer netjes uitziet.”

In haar artikel 40 vragen vraagt de Volkspartij of het college bereid is de eigenaar een ultimatum van drie maanden te stellen om de zaak op orde te krijgen en bij geen gehoor over te gaan tot het instellen van een dwangsom. Ook moeten er volgens de partij zo snel mogelijk stappen genomen worden om het pand weer representatief te krijgen.

Foto’s en tekst: Dasja Abresch©KijkopSteenbergen