Belgische ambachtslieden geven Heens bakhuisje zijn hart terug

DE HEEN – Roggestro, paardenurine en 500 kilo leem. Het behoort voor de meeste mensen niet tot hun parate kennis, maar de kenner weet dat het hier gaat om drie uiterst belangrijke ingrediënten voor de bouw van dé ideale bakoven. Twee van deze kenners, Hilbrand de Vuyst en Wenceslaus Mertens uit België, waren onlangs te vinden in De Heen waar zij het 17de eeuwse bak(kers)huisje zijn hart teruggaven.

Het pand wordt sinds enkele maanden in zijn oude luister herstelt. Althans: de vermoedelijke oude luister, want hoe de binnenkant van de kleine woning er in  zijn hoogtijdagen uitzag, is een kwestie van gokken. Het gebouwtje is na de Watersnoodramp in 1953 nog gebruikt als noodwoning, maar daarna is het leven er voorgoed uit vertrokken.

Op initiatief van de stichting 400 jaar De Heen en Frans van Nieuwenhuyzen van restaurant De Uitwijk, en dankzij subsidie van de provincie uit het project Mijn Mooi Brabant, herrijst het bakkershuis nu uit zijn as.

Er wordt naar gestreefd om het karakter van weleer terug te krijgen met behulp van authentieke materialen en bijna vergeten bouwtechnieken. Dat gold dus zeker ook voor de bakoven, maar de kennis op dit gebied is bepaald niet dik gezaaid. Toch wist Peter van Gurp, authentiek De Heens ‘product’ en mede-kartrekker  van het restauratieproject, de beide Belgische ambachtslieden snel te vinden dankzij de contacten die hij in de afgelopen tijd heeft opgedaan.

Passie

Wenceslaus en Hilbrand troffen elkaar jaren geleden op het pad van de passie voor oude gebouwen. Allebei probeerden zij hun vervallen boerderijen te herstellen, gebruik makende van originele (gerecupereerde) materialen. Zodoende kwamen zij ook in aanraking met het  behoud van bakovens en dat ovens heeft zich inmiddels tot een behoorlijke uit de hand gelopen hobby ontwikkeld, wat wel blijkt uit het gegeven dat de heren een prachtig lenteweekend vrijwillig doorbrachten in een Heense ruimte van twee bij twee meter.

Vuurvaste ovenvloer

Het bouwen van een bakoven is een behoorlijke klus. Na het leggen van de vuurvaste ovenvloer wordt daar bovenop een zandstenen mal geplaatst. Een mal met de vorm van een peer die kenmerkend is voor bakovens over heel de wereld. De mal wordt betegeld met originele steentjes die vanwege hun trapeziumvorm geschikt zijn om een miniatuurgewelf te creëren.

Tot slot krijgen de steentjes een dikke afwerklaag van leem, waarin roggestro en paardenurine is verwerkt. Het roggestro heeft als eigenschap dat het bijna niet rot, waardoor het als ideaal isolatiemateriaal geldt. De paardenurine wordt omgezet in zoutkristallen die de vochthuishouding in de leemlaag regelen. Duurzaamheid in optima forma.

Wie nu al trek heeft in een ‘17de eeuws’ broodje uit de oven van het Heense bakhuis, zal nog even geduld moeten hebben. Het duurt nog zeker drie maanden voor de leemlaag gedroogd en de oven gebruiksklaar is.

Voor nadere informatie over het restauratieproject: http://www.bakhuysdeheen.nl