Prins Ruud I nam afscheid als prins in ’t Vosse-ol

“De laatste jaren als Prins zijn voorbij gevlogen”

NIEUW-VOSSEMEER – Een tikje zenuwachtig was hij wel, wanneer we hem spreken, zo net voor het losbarsten van zijn allerlaatste carnaval als Prins Ruud I in ’t Vosse-ol. Het sociale contact met de enthousiaste kinderen en ouderen tijdens het carnavalsfeest zal hij naar eigen zeggen het meeste missen. “Ik zie ernaar uit om nog één keer te knallen en dan is het klaar. De tijd is rijp voor een nieuwe, frisse Prins in het dorp”, vindt de 47-jarige Ruud van den Beemd.

Je weet dat je bij een doorgewinterd ‘Voske’ binnenkomt als de televisie aanstaat op een Duitse zender waarop carnaval te zien is. “Dat is het Keulse carnaval, dat is heel groot. Ik ben al 15 jaar uitgenodigd door vrienden die daar wonen, maar ik heb altijd nee moeten zeggen omdat ik hier de Prins ben.”

Wellicht dat daar volgend jaar verandering in komt, want dan zet hij de steek niet meer op zijn hoofd en wordt de mantel niet meer omgeslagen. Prins Ruud I is dan weer gewoon Ruud van den Beemd tijdens het carnaval in zijn dorp. Zijn pak zal hij als aandenken bewaren. “Het zal best afkicken worden in het begin. Vijftien jaar is natuurlijk best een lange tijd, al moet ik zeggen dat de laatste jaren voorbij zijn gevlogen. De eerste jaren als Prins zijn behoorlijk wennen, maar als je eenmaal je eigen draai hebt gevonden, gaat het als vanzelf”, zo blikt hij terug.

Burrieborrel

Het zijn jaren geweest waarin het carnaval in ’t Vosse-ol met pieken en dalen is verlopen. Volgens Prins Ruud I zit het feest nu weer in de lift. “De kinderoptocht die we drie jaar geleden zijn begonnen op de vrijdag, heeft een positieve impuls gegeven bij de jeugd. Ze ondervinden zo het plezier van een wagentje maken en groeien hopelijk door naar het grotere werk bij de bouwclubs.”

Het was een behoorlijk programma dat de Prins en zijn hofhouding in vijf dagen tijd moest doorlopen. Hij zorgde er dan ook voor dat hij in goede conditie was om het allemaal vol te houden. En er was de hoop dat de griepepidemie aan zijn deur voorbij zou gaan. Dat houdt tevens in dat hij rustig aan doet met bier drinken. “Het is niet de bedoeling dat je als Prins dronken op het podium staat. Natuurlijk mag je aan het einde van de avond best aangeschoten naar huis gaan, maar als je ergens te gast bent moet je je wel gepast kunnen gedragen. Ik probeerde ook altijd de rest dus een beetje onder controle te houden”, glimlacht hij.

Hij doelt o.a. op de Burrieborrel op vrijdagmiddag in het stadhuis van Strienestad waar een stevig feestje wordt gebouwd. De Prinsen van Strienestad, ’t Vosse-ol en Pompedurp kwamen daar afgelopen vrijdagmiddag tezamen met hun gevolg, leden van de vereniging en dweilbands om het carnaval goed in te luiden. “Er is altijd een gezonde concurrentie onderling. Zo zijn we ooit stiekem bij de mus van Strienestad gekomen en hebben daar allemaal vossen omheen gezet. Het was leuk om hun gezichten te zien toen we hen de foto’s daarvan lieten zien.”

Late uurtjes

Het zijn mooie herinneringen, die hij zijn opvolger ook van harte gunt. Een vacatureomschrijving voor de functie van Prins is er niet, al zijn er wel eigenschappen die van pas komen. “Het is belangrijk dat het iemand is die op sociaal gebied actief is in het dorp. Verder moet het klikken met de andere leden van de hofhouding: Jan Keller, Boer Joene en Nar Imke. Maar het is niet aan mij; na mijn afscheid is het nu afwachten wie zich zal opgeven en daarna zal het bestuur er verder over beslissen.”

Wellicht dat de nieuwe Prins gespot wordt in de late uurtjes in het Wagenhuis, zoals dat ooit vijftien jaar geleden bij Prins Ruud I is gegaan. “Ik ben altijd een fervent carnavalsvierder geweest en ging meestal als een van de laatsten naar huis. Onze voorzitter Giscard van Tilburg was destijds Grootste Boer en ik riep in een jolige bui dat hij me maar moest bellen als hij me nodig had. Een maand later ging de telefoon en toen vond ik dat ik er ook voor moest gaan.”

En Prins Ruud is ervoor gegaan. Vijftien jaar lang heeft hij zijn bijdrage geleverd en er samen met de hofhouding en alle enthousiaste Vosse-ollers steeds een mooi feestje van gemaakt.

Door Nicole van de Donk