Woonwagenbewoners maken zich grote zorgen over nieuw beleid gemeente Steenbergen

STEENBERGEN – “We zijn dertig jaar lang aan ons lot overgelaten en nu gaat de gemeente ineens één lijn trekken.” Aan het woord is Dennis van Beusekom, bewoner van woonwagencentrum ‘De Weel’ in Dinteloord. Hij maakt zich samen met alle bewoners van de drie centra in de gemeente Steenbergen grote zorgen over het Woonwagenbeleid dat het college van burgemeester en wethouders aan de raad heeft voorgelegd. Ook de raad zelf had tijdens de behandeling vorige week donderdag zo haar twijfels over het plan en stelde besluitvorming voorlopig een maand uit. Of die tijd voldoende is om de twijfel weg te nemen, valt nog te bezien.

In 1999 werd de Woonwagenwet ingetrokken en daarmee werden de bewoners van de centra ‘burgers’ en kregen dezelfde rechten en plichten als bewoners van woningen die niet verplaatsbaar zijn. Gemeenten hebben sinds die tijd de taak om ervoor te zorgen dat woonwagenbewoners volwaardig deel kunnen nemen aan de samenleving. In 2017 kwam er een kritisch rapport van de Nationale Ombudsman getiteld ‘Woonwagenbewoner zoekt standplaats’. Hierin staat dat de mensenrechten van de woonwagenbewoners gewaarborgd moeten blijven en hun culturele identiteit erkend wordt. Dit leidde er uiteindelijk toe dat gemeenten verplicht werden een duidelijk beleid rond de woonwagencentra op te stellen.

Weinig vertrouwen

In Steenbergen kwam een projectgroep die een plan maakte dat in november 2017 voor de eerste keer besproken werd met de bewoners. “We mochten nog wat wensen doorgeven maar meer ook niet,” vertelt Toon Kouwen, geboren en getogen op het woonwagenkamp aan de Westlandselangeweg in Steenbergen. “Toen ik later het verslag van het gesprek kreeg, bleken zeven van de negen besproken punten niet goed te zijn weergegeven.” Het maakt dat de bewoners weinig vertrouwen hebben in een goede afloop.

Geen teken van leven

De oproep die de woonwagenbewoners doen, laat aan duidelijkheid niets te wensen over. Volgens hen heeft de gemeente hen dertig jaar aan hun lot overgelaten en wil nu in drie maanden tijd tot een beleid voor de komende decennia komen. Te snel, te kort door de bocht waardoor er veel te veel ruimte is voor onduidelijkheden en onzekerheden. Tijdens de besluitvormende vergadering van de gemeenteraad brachten de drie centra, bij monde van Steenbergenaar John Schreuder, deze bezwaren onder het voetlicht van de raadsleden. Zij werden gehoord en de raad besloot het besluit een maand uit te stellen. Het college moet die tijd benutten om met de bewoners aan tafel te gaan en tot een goed overleg en duidelijke afspraken te komen. Volgende week staat het onderwerp weer op de agenda van de oordeelvormende vergadering. Navraag leert dat de bewoners tot en met gisteren nog geen teken van leven van de ambtelijke organisatie mochten ontvangen.

Analfabeet

Volgens Kouwen maken de bewoners zich onder meer zorgen over de houdbaarheid van de opstallen die in de loop der jaren bij de woonwagens zijn geplaatst. “Van de oudere generaties op de kampen zijn velen laaggeletterd of zelfs analfabeet. Met hen zijn in het verleden mondeling afspraken gemaakt met ambtenaren over bouwkundige zaken. Die staan dus nergens op papier. Wat gebeurt daarmee binnen dit nieuwe beleid? Worden ze gesloopt of moeten we straks veel geld neertellen voor een vergunning?”.

Aapjes kijken

De gemeente heeft ook nog het nodige achterstallig onderhoud weg te werken voordat de bewoners die hun grond willen kopen hun handtekening zetten. “De bergingen bij de woningen vallen van ellende uit elkaar. Goede nutsvoorzieningen ontbreken en we zelfs niet of de grond wel schoon is. Dat zijn zaken die we eerst helder moeten krijgen.”

Daarnaast verwachten de bewoners voorzieningen die voor elke burger gelden. “Volgens de wet hebben wij dezelfde rechten en plichten als burgers in de woonwijken. In de praktijk is dat wel anders. Voor de onkruidbestrijding huren wij zelf een bedrijf in. Er wonen op het kamp in Steenbergen elf kinderen maar een speelvoorziening hebben we niet. Drempels krijgen we niet, ook al vragen we daarom.” Is dat niet een beetje overdreven? Drempels in een wijkje van één straat waar alleen eigen bewoners iets te zoeken hebben? “Was dat maar waar,” glimlacht Kouwen. “Vooral in het weekend is het hier gewoon druk van de ‘aapjes kijkers’.” De stroom klachten lijkt schier oneindig. Van bomen die op  omvallen staan tot slechte riolering. Strooiwagens en veegmachines zijn er zeldzame fenomenen.

Uitsterfconstructie

De bewoners zeggen geen gekke eisen te hebben. “We willen gehoord worden en afspraken maken. We willen ook dat de gemeente het achterstallig onderhoud aanpakt. En wat gebeurt er met degenen die de grond nu niet kunnen kopen. Zijn zij straks overgeleverd aan de willekeur van de woningcorporatie waar de gemeente de kampen aan over wil doen? Wat gebeurt er dan met hen?”

Het is de opmaat naar de grootste vrees: “Dit beleid leidt tot het uit elkaar trekken van de kampen,” stelt Anita van Beusekom. “Een uitsterfconstructie is al jaren aan de gang. Wij willen het een ‘halt’ toe roepen. We willen heel graag bij de samenleving horen, maar dan vanuit onze eigen woonplek waar we al generaties lang bij elkaar wonen. Stop ons niet weg maar behandel ons als de rest.”

Foto: Toon Kouwen, Dennis en Anita van Beusekom, Corina Kouwen, Ria Keiser en John Schreuder vormen samen een commissie die opkomt voor de belangen van de woonwagencentra in de gemeente Steenbergen.

Door Dasja Abresch