Wethouder gebruikt ‘buitenlandse auto’ niet voor de gemeente

STEENBERGEN – Wethouder Vincent van den Bosch maakt voor zijn ‘dagelijkse verplaatsing en zeker de dienstritten’ gebruik van een privé-voertuig met Nederlands kenteken en dus niet van een auto met buitenlands kenteken. Zijn integriteit is wat het college van B en W betreft dan ook geenszins in het geding.

De fractie van de PvdA stelde vorige week vragen over het gebruik van een auto uit de duurdere prijsklasse voorzien van een buitenlands (Pools) kenteken door de wethouder, waarbij de partij zich afvroeg of Van den Bosch deze auto ook voor zijn werkzaamheden bij en namens de gemeente inzet.

Dat zou mogelijk in strijd zijn met de eigen integriteitsregels van de gemeente, aldus de fractie, die de kwestie aan de kaak stelde naar aanleiding van een anonieme brief van ‘bezorgde burgers’. De PvdA wilde ook weten of Van den Bosch zich aan de in Nederland geldende belastingregels houdt en vroeg om bewijzen daarvan.

Dat is gezien het gebruik van de auto allemaal niet relevant, zo reageert het college in antwoord op de vragen. B en W merken hierbij nog op dat burgemeester Joseph Vos vóór de officiële aanstelling van Van den Bosch als wethouder al met hem over het gebruik van de auto is gesproken, waarbij zij tot de conclusie kwamen dat ‘formeel van enige schending van integriteit geen sprake is’.

Wel werd toen geadviseerd voor de uitvoering van gemeentelijke taken geen gebruik te maken van de auto met Pools kenteken, waarvoor de Belastingdienst volgens het college bovendien een ‘vergunning vrijstelling BPM werkgever’ heeft verleend.