‘We komen er maar bekaaid van af’

STEENBERGEN – De gemeente Steenbergen krijgt € 194.582,55 van Rijkswaterstaat als compensatie voor de extra kosten, veroorzaakt door de latere openstelling van de A4. B en W hebben de raad laten weten genoegen te nemen met dit bedrag, waarop de Volkspartij meteen heeft gevraagd of dat besluit onherroepelijk is. De fractie wil meer duidelijkheid van het college over de ‘hoogte’ van de vergoeding, aangezien er was ingezet op 1,5 miljoen.

,,Als je kijkt hoeveel moeite er vanuit de gemeente Steenbergen al die jaren is gedaan voor de totstandkoming van de A4, dan komen we er met twee ton wel erg bekaaid van af,’’ vindt fractievoorzitter Michel Lambers van de Volkspartij. ,,Heeft het college bij de berekening van de verhaalbare kosten een inschattings- of een rekenfout gemaakt,’’ vraagt hij zich onder meer af.

Ook wil de Volkspartij van het college weten of er samenspraak is geweest over de afhandeling van de claim met de andere in deze kwestie betrokken partijen, zijnde de gemeente Bergen op Zoom, de provincie Noord-Brabant en de provincie Zeeland.

Het bedrag dat de gemeente van Rijkswaterstaat krijgt, bestaat uit twee delen: € 127.702, – voor extra onderhouds- en herstelkosten aan de N257 en € 66.880,55, ter dekking van externe kosten en de extra kosten voor ambtelijke begeleiding. De gemeente hoopte ruim 1,5 miljoen te kunnen incasseren, doordat de gronduitgifte voor woningbouw en het nieuwe bedrijventerrein Reinierpolder 3 vertraging heeft opgelopen door de latere oplevering van de snelweg.

Deze zogeheten ‘gederfde inkomsten’ kunnen, zo blijkt nu, echter niet voldoende aannemelijk worden gemaakt. Ook de koppeling met de 3 miljoen die de provincie – vanuit de grondverkoop op het AFC Nieuw Prinsenland – namens de gemeente zou betalen voor de versnelde aanleg van de A4 is volgens het college niet meer aan de orde. Uiteindelijk is het namelijk niet de gemeente maar de provincie zelf geweest die de grondexploitatie van het agro en food cluster voor haar rekening heeft genomen.