Warm welkom voor bewoners Lindenburgh in Nieuw-Vossemeer

STEENBERGEN/NIEUW-VOSSEMEER – Twee dagen lang zijn zo’n zestig medewerkers en vrijwilligers van De Lindenburgh druk in de weer geweest om de tijdelijke locatie van het verpleeghuis aan de Ambacht in Nieuw-Vossemeer gereed te maken voor de komst van de bewoners, van wie de eersten vanmorgen al over werden gebracht naar hun nieuwe onderkomen. Eind van de middag volgde het merendeel van de cliënten, die overdag in De Vossenburcht een ontspanningsprogramma kregen voorgeschoteld en ook niets tekort kwamen wat eten en drinken betreft.

Hoewel zij helaas allemaal aan dementie lijden, ontging hen niet dat er iets bijzonders te gebeuren stond vandaag. Om ervoor te zorgen dat zij zich zo snel mogelijk thuis voelen op hun nieuwe stek, waren de voor hen toch vertrouwde vrijwilligers en ook familieleden aanwezig om de bewoners welkom te heten en naar hun nieuwe kamers te begeleiden. Die zijn aanmerkelijk ruimer dan in het gebouw van De Lindenburgh dat gesloopt gaat worden, om plaats te maken voor een nieuw verpleeghuis.

'Alles wat we echt nodig hebben is overgebracht'

Bovendien beschikken alle cliënten in Nieuw-Vossemeer nu over een eigen toilet en douche. De totale ruimte in het tijdelijke pand is wel kleiner dan in Steenbergen. ,,We kunnen dan ook geen plekje onbenut laten,’’ wist locatiemanager Coby van Ierland te vertellen, in de wetenschap dat de verhuizing ook de komende dagen nog veel werk met zich mee zal brengen. ,,Alles wat we echt nodig hebben is inmiddels overgebracht, maar staat nog niet allemaal op z’n definitieve plek.’’

'Eén van de bewoners riep voortdurend hoe mooi hij het hier wel niet vindt'

Voornaamste doel vandaag was om ervoor te zorgen dat de bewoners weer gauw  in een rustige omgeving kunnen verblijven en die missie mocht als geslaagd worden bestempeld. ,,Je hebt immers met een bijzonder kwetsbare groep mensen te maken, die vaak niet kunnen aangeven hoe ze zo’n verhuizing beleven, maar je merkt het wel aan ze. Gelukkig ook in positieve zin. Eén van hen riep voortdurend hoe mooi hij het hier vindt.’’