Volkspartij stelt vragen over ‘Bunkertreppe’

STEENBERGEN – De Volkspartij stelt het college van burgemeester en wethouder schriftelijk vragen over de trap op de bunker aan het Benedensas die anderhalve week geleden geopend werd voor het publiek. Vooral de naam is de partij een doorn in het oog te zijn. “Kan het college zich voorstellen dat de, naar waarschijnlijkheid onbedoeld,  gehanteerde naam voor het bouwwerk “Bunkertreppe” bij met name oudere inwoners van de gemeente Steenbergen leidt tot onaangename herinneringen aan de periode ‘40-‘45?”, is  één van de vragen die de partij heeft.

Tijdens de opening van de trap op 21 april jongstleden legde architect Ad Kil de aanwezigen uit dat de naam ‘Bunkertreppe’ uiteraard een verwijzing is naar de Tweede Wereldoorlog toen de bunker als verdedigingswerk deel uitmaakte van de Atlantikwall. Daarnaast bleek dat de acoyahouten trap niet vervaardigd kon worden in Nederland maar dat een Duits bedrijf hier wel toe in staat bleek. Zodoende zou de naam ‘Bunkertreppe’ zowel in het verleden als het heden van toepassing zijn volgens Kil.

Wijzigen

De Volkspartij heeft geen boodschap aan deze uitleg en vraagt of het college bereid is om “de naam van het bouwwerk zo spoedig mogelijk te (laten) wijzigen naar een, niet kwetsende,  Nederlandse naam die recht doet aan de  recreatieve ambities welke de gemeente Steenbergen heeft.”

De naamstelling is niet de enige kritische noot die de partij op haar zang heeft. In totaal komt zij tot tien vragen voor het college die onder meer betrekking hebben op de bouwvergunning, de financiering en de veiligheid van het kunstwerk.

Het college van Burgemeester en Wethouders is verplicht om binnen dertig dagen met een antwoord op deze vragen te komen.

Landschappen van Allure

De bunker waar de trap op bevestigd is, werd in juni vorig jaar in gebruik genomen als informatiepunt binnen de West-Brabantse Waterlinie. Toen werd al aangekondigd dat hij voorzien zou worden van een bijzonder uitkijkpunt. Akkermans Benedensas VOF is opdrachtgever en co-financierder. Het leeuwendeel is echter betaald door de Provincie Noord-Brabant in het kader van Landschappen van Allure.