Verontrustend rapport over drugsgebruik onder hangjeugd

STEENBERGEN – Onderzoek van Novadic-Kentron (netwerk voor verslavingszorg) wijst uit dat hangjongeren in de gemeente Steenbergen beduidend vaker drugs gebruiken dan jongeren van 15 tot en met 24 jaar uit de ‘algemene Nederlandse bevolking’.

Aan het onderzoek verleenden 59 hangjongeren hun medewerking. Bijna driekwart gaf aan ooit drugs te hebben gebruikt, zestig procent al voor het zestiende levensjaar. Daarbij gaat het voornamelijk om cannabis, dat door veel van de betrokkenen (bijna) dagelijks wordt gebruikt.

Maar niet alleen softdrugs blijken in zwang; een kwart van de ondervraagden maakte kenbaar ook harddrugs zoals GHB en cocaïne te gebruiken, sommigen doen dit ook (bijna) dagelijks. Verontrustend, stelt Novadic-Kentron. Naast het gebruik van drugs baart ook, zij het in iets mindere mate, het alcoholgebruik onder de hangjeugd zorgen, zo constateert de organisatie. ‘Dit onderzoek bevestigt dat hangjongeren aangemerkt kunnen worden als kwetsbare groep’.

Plan van aanpak

Het zogenoemde veldonderzoek werd vorig jaar zomer uitgevoerd. De gemeente Steenbergen presenteerde vandaag de resultaten, die inmiddels in ‘breed overleg’ van burgemeester Saskia Bolten met wethouder Cor van Geel (jeugd/volksgezondheid), wijkagenten van de politie, de jongerenwerker en beleidsmedewerkers zijn besproken.

Zij concludeerden dat het beeld uit de rapportage aansluit bij hun eigen kijk op de situatie. Het college heeft vervolgens in een raadsmededeling een plan van aanpak aangekondigd om de verslavingsproblematiek te gaan bestrijden.

In de toekomstige integrale aanpak – van gemeente, politie, verslavingszorg en andere betrokken instanties – zullen drie elementen aan bod komen: informeren ouders (preventief met als doel bewustwording), informeren van jeugdigen (preventief, bewustwording) en actie op zorgwekkende gebruikers, voor wie hulp dringend gewenst is.

'Ben ik in beeld'

Jongeren moeten volgens B en W niet alleen gewezen worden op de risico’s die kleven aan het deel uitmaken van een hanggroep, maar ook weten dat zij bekend zijn bij de jongerenwerker en de wijkagent(en). Voor het laatstgenoemde wordt zelfs als eerste een project opgezet: 'Ben ik in beeld'.

Gezien de problematiek is een langdurige inzet van genoemde partijen nodig voordat zichtbaar wordt dat dergelijke maatregelen daadwerkelijk effect hebben, aldus het college.

Burgemeester en wethouders willen er overigens wel voor waken dat de rapportage geen stempel drukt op alle jeugdgroepen die zich op straat bevinden. ‘Niet elke jongere die zich bij een jeugdgroep bevindt gebruikt verslavende middelen of gaat deze gebruiken. Het risico om in aanraking te komen met verslavende middelen en deze te gaan gebruiken is bij jeugdgroepen die zich op straat bevinden wel groter’, zo eindigt de raadsmededeling.