Steenbergen mag trots zijn op zijn eigen carnavals-identiteit

STEENBERGEN – Het is al bijna aftellen geblazen voor alle bietboerkes en meerminnekes. Over ruim een week wordt op de elfde van de elfde het startsein gegeven voor een periode vol leut. Maar weten al die carnavalsvierders eigenlijk wel iets over de geschiedenis van het grootste volksfeest van Brabant? Journalist Frank Timmers probeerde woensdagavond in gemeenschapshuis De Vaert met zijn lezing over het ontstaan van carnaval de kennis van de aanwezigen wat bij te spijkeren. Volgens Timmers zijn Jan Oorlog, de Mussenkoning en Deftige Flodder unieke Steenbergse figuren. “Het is fantastisch dat de lokale historie een plek heeft in het spel van carnaval”.

Jan Timmers had de eer om, naast een handjevol leden van de Heemkundekring, zijn verhaal te vertellen aan Nar Boowke van Strienestad. Leander Lebeau, zoals hij buiten de carnavalsperiode heet, mag voor de derde maal in de huid van de nar kruipen. Wat extra kennis over het feest was voor hem dus wel handig. “Ik hoor net dat de nar vroeger echt de persoon was die alles tegenovergesteld deed en de draak stak met alles. Mijn rol tegenwoordig is vooral om plezier te maken met de kinderen. Ze kijken echt tegen de nar op”.

Smoordronken

De lezing vertelde het verhaal van het ontstaan van carnaval en zijn rol door de decennia heen. Hoewel de meeste mensen het zien als een echt katholiek feest, ligt dat toch anders volgens Timmers.  “Het is begonnen als het vieren van de vruchtbaarheid in de lente. Het is door de christelijke kerk ingelijfd omdat ze het maar een heidense viering vonden. Door toe te staan dat het volk zich nog een keer te buiten mocht gaan voordat er gevast ging worden, hoopte de kerk het onder controle te houden. In boeken kan je terugvinden dat er gesproken werd over ‘haveloze en smoordronken meiden en jongens’. Nog steeds vinden sommige carnavalsvierders het moeilijk om binnen de grenzen te blijven”, glimlacht Timmers.

Masker af

Voor de journalist uit Prinsenbeek loopt carnaval als een rode draad door zijn leven. Als bestuurslid is hij jarenlang betrokken geweest bij de carnavalsvereniging in zijn woonplaats. Tegenwoordig is hij secretaris bij de Brabantse Carnavals Federatie. “Voor mij persoonlijk betekent die periode dat het ventiel losgedraaid mag worden. Het hele jaar door heb je eigenlijk je masker op; je doet wat iedereen van je verwacht. Met carnaval gaat dat af en kan je helemaal jezelf zijn. Iedereen is gelijk. Daarom heeft het verkleden ook zo’n belangrijke functie: je kan niet meer zien wie de burgemeester of wie de loodgieter is”.

Spookachtige verschijning

Wat betreft Strienestad: daar wordt sinds 1961 officieel carnaval gevierd. Timmers zegt dat figuren zoals Jan Oorlog, de Mussenkoning en Deftige Flodder zijn ontstaan uit de geschiedenis van de streek en dus in ere moeten worden gehouden. “Al was Deftige Flodder vroeger een spookachtige verschijning die mensen de stuipen op het lijf joeg. Daar hebben ze nu maar een deftig heerschap van gemaakt. De Mussenkoning was destijds de persoon die de meeste mussen ving tijdens de Middeleeuwse plaag in Steenbergen. Jan Oorlog is de naam van een vroegere veldwachter. Niet elke stad heeft zulke eigen, kenmerkende figuren, dus daar mag men best trots op zijn”.

Toekomst

De aanwezige oudere Steenbergenaren maken zich wel zorgen of het volksfeest nog een toekomst heeft in de veranderende maatschappij. “Kijk naar de discussie over Zwarte Piet en de grote interesse voor het van oorsprong Amerikaanse Halloween”, zegt de 71-jarige Co Oerlemans, voor wie carnaval naar eigen zeggen ‘mijn hele leven was’ en hij jarenlang op de grote trom sloeg in diverse dweilbands.

Frank Timmers denkt dat het zo’n vaart niet zal lopen. “Zoals de schrijver Anton van Duinkerken destijds al schreef: ‘Carnaval kan nimmer vergaan dan met de mensch’”.

Foto:

Journalist Frank Timmers was in De Vaert om belangstellenden te vertellen over de historie van carnaval

Door Nicole van de Donk