Rekenkamercommissie onderzocht armoedebeleid gemeente Steenbergen: “Er gaat veel goed, maar het kan beter”

STEENBERGEN – De gereedschapskist van het armoedebeleid is voldoende gevuld in de gemeente Steenbergen maar voor de gebruiker is de weg naar de afzonderlijke gereedschappen moeilijk te vinden. Het is de conclusie van de Rekenkamercommissie die op voordracht van de gemeenteraad het beleid onder de loep nam. Tijdens de oordeelvormende vergadering van afgelopen maandag onderschreven de raadsleden de conclusies en adviezen in het rapport. Alleen de fractie van D66 uitte een onverwacht kritisch geluid.

Uit het onderzoek van de Rekenkamercommissie komt naar voren dat de organisaties die zich bezighouden met de uitvoering van het armoedebeleid vaak niet van elkaar weten waar ze mee bezig zijn. Dat komt de doelgroep niet ten goede. De gemeente Steenbergen zou daarin een verbindende regierol moeten spelen, zo adviseerde de commissie. Ook is het aanbod van voorzieningen niet inzichtelijk voor de doelgroep en bestaat er geen helder zicht uit wie de doelgroep nu eigenlijk bestaat. Met name wanneer het om jeugdarmoede gaat, is verbetering essentieel. “Jongeren moeten een belangrijke doelgroep zijn,” aldus John Coppens, voorzitter van de onafhankelijke Rekenkamercommissie. “Wanneer kinderen gedurende hun schoolperiode niet uit een achterstandssituatie komen, zie je vaak dat zij er ook in hun volwassen leven in blijven hangen.”

Drempel te hoog

De commissie kwam tevens tot de conclusie dat er teveel wordt verwacht van het eigen initiatief van de mensen die in een slechte en vaak uitzichtloze financiële situatie zitten. “De drempel is te hoog. De gemeente moet een meer persoonlijke en proactieve benadering toepassen.”

Ondanks deze kritische punten benadrukte Coppens dat de gemeente Steenbergen het niet slecht voor elkaar heeft: “Het is niet zo dat het niet goed gaat. Het kan beter, met name door een proactieve benadering en een integrale werkwijze. Dat heeft te maken met het informeren van alle organisaties die te maken hebben met armoedebeleid. Zij zijn vaak onafhankelijke kolommen die met hart en ziel bezig zijn, maar het kan beter wanneer de gemeente ze bij elkaar brengt.”

Aan de knoppen

Jurgen Huijbrechts (CDA) kon zich volledig vinden in de adviezen van de Rekenkamercommissie. “De gemeente moet de spilfunctie pakken die zij heeft tussen alle organisaties en een verbindende rol spelen. Met name wanneer het gaat om vroegsignalering. We moeten aan de knoppen zitten zodat we problemen bij jongeren vroeg aan kunnen pakken.” Volgens het raadslid zou het armoedebeleid een toptaak moeten zijn. “We moeten naar buiten toe. Als je ziet hoeveel mensen er in Steenbergen in aanmerking komen voor een onderdeel van het armoedebeleid, dan moeten we dat goed aanpakken.”

Onvolledig beeld

Een volledig ander geluid kwam uit de hoek van D66. Loes Baselier uitte namens de partij scherpe kritiek op de kwaliteit van het onderzoek. “Al lezende heb ik mij afgevraagd over welke gemeente dit gaat. We hebben er heel veel aan gedaan om het armoedebeleid in te vullen vanuit het perspectief dat iedereen mee moet kunnen doen. Dit rapport geeft een onvolledig beeld waardoor er een verkeerd idee over de kwaliteit van het armoedebeleid kan ontstaan. We stellen voor de rapportage terug te geven aan de Rekenkamercommissie . We willen een waarheidsgetrouw onderzoek waarbij alle geledingen worden betrokken.”

De kritische noot leverde het raadslid een storm van protest van de andere fracties in de raad op. Het leidde er uiteindelijk toe dat zij haar voorstel terugtrok.

Samenhang beter

Wethouder Zijlmans zegde de raad toe dat het college nog eens kritisch naar het eigen handelen zal kijken. “Alles wat we doen kan beter en dat geldt ook in dit geval. Uit het rapport blijkt dat de samenhang binnen het armoedebeleid beter kan. We zitten al in de goede richting maar zijn er nog niet helemaal. Het komt er vooral op neer dat we de mensen die het nodig hebben nog actiever moeten benaderen.”