Inwoners mogen binnenkort meedenken over stadspark

STEENBERGEN – Voor veel inwoners en de gemeenteraad is het Steenbergse stadspark al tijden een doorn in het oog. Al in 2016 is er 600.000 euro vrijgemaakt om het park op te knappen, maar tot op heden is er weinig veranderd. Maar volgens het college zijn er inmiddels belangrijke stappen gezet. Binnenkort worden inwoners op een creatieve manier gevraagd mee te denken over de toekomstige invulling van het park.

Wat die creatieve manier dan precies inhoudt, wil de gemeente nog niet prijsgeven. “Maar inwoners wordt gevraagd om input te geven voor het ontwerp van het nieuwe stadspark. Dat is dus eerst fysiek, en daarna ook nog online”, aldus communicatieadviseur Cora van Staalduinen.

Zes scenario’s om uit te kiezen

Het college van B&W heeft inmiddels aan de raad uitgelegd wat er in de tussentijd allemaal achter de schermen al gebeurd is. Een stedenbouwkundig bureau heeft de combinatie van park, militair erfgoed en woningbouw onderzocht. De conclusie was dat het in verschillende varianten mogelijk is, maar desondanks zijn alle betrokken partijen nog niet tot een concreet plan gekomen. Daarom heeft de gemeente nu zes verschillende scenario’s opgesteld die aan het publiek zullen worden gepresenteerd. Dat zijn: onderhoud binnen het budget, groot onderhoud, historisch herstel van het oude Ravelijn, het park als thematuin, het park als ontspannings- en ontmoetingsplek of het park als inspiratieplek voor duurzaamheidsmaatregelen.

Voorstel

Wanneer de inwoners zich de komende tijd duidelijk zullen uitspreken voor een bepaald scenario, zal het college dat meenemen in het advies richting de raad. Dat voorstel zou in ieder geval nog in 2020 klaar moeten zijn. Volgens de gemeente blijven de inwoners ook in deze volgende fase betrokken bij het ontwerp.

Foto: Het stadspark is dringend toe aan een opknapbeurt. Het schijnt alleen lastig te zijn om alle neuzen dezelfde kant op te krijgen. Het college hoopt nu de vaart erin te krijgen.

Foto: Peter Vermeulen © Steenbergse Courant
Door: Nicole van de Donk