In het oog springende vogelkijkhut bij Rode Weel

STEENBERGEN/KRUISLAND – Aan de oevers van de Rode Weel verschijnt rond de zomer van 2017 een blikvanger van formaat. Direct grenzend aan het fietspad onderaan de Kruislandsedijk komt een vogelkijkhut die op het wateroppervlak lijkt te rusten.

Een project in het kader van de West-Brabantse Waterlinie, maar mede betaald door Brabants Landschap. De natuurorganisatie is dusdanig enthousiast over het initiatief dat zij er een bedrag van tienduizend euro voor beschikbaar stelt. Het werk wordt uitgevoerd in accoyahout dat inmiddels kenmerkend is voor alle projecten van de West-Brabantse Waterlinie.

Koeien

Het belooft een waar kunststukje te worden daar aan de oevers van de Rode Weel; een afgesloten meer dat honderden jaren geleden ontstond ten gevolge van een dijkdoorbraak. Het is straks mogelijk om door de spleten in de houten muur van de hut de vogels in het gebied te spotten zonder er de rust te verstoren. Ook kan de wandelaar of fietser er genoeglijk uitrusten of schuilen voor de regen. Alleen voor de koeien die het bouwwerk moeten kunnen passeren, moet nog een oplossing gezocht worden.

Troebel water

Vorig jaar werd onderzocht of het mogelijk is om door middel van een glasplaat het onderwaterleven in de Weel in beeld te brengen. Een test-duik door architect Ad Kil van uitvoerend architectenbureau Ro&Ad wees toen uit dat het zicht in het meertje daarvoor te troebel is. Zodoende verplaatste de zoektocht zich naar boven het wateroppervlak.

Verdedigingsmiddel wordt toeristische trekpleister

Het is een volgende stap in de terugkeer van de West-Brabantse Waterlinie. Vierhonderd jaar geleden tijdens de Tachtigjarige Oorlog werd de linie gebruikt als verdedigingsmiddel tegen de oprukkende Spanjaarden. In de 21ste eeuw krijgt de linie opnieuw een doel: het aantrekkelijker maken van het landschap, met name voor toerisme en recreatie.

Blauwe Sluis

In het kader van dit project ging eerdere deze week ook al de schop in de grond bij de Blauwe Sluis. Door middel van een doorgang onder de Kruislandsedijk kunnen recreanten straks op veilige wijze van de ene naar de andere kant van het sluiseiland. Ook voor kanovaarders is het in de toekomst gemakkelijker om vanaf de Steenbergse Vliet de kreken te ontdekken en andersom.

Uitstraling

Daarnaast krijgt de omgeving van het sluizencomplex een metamorfose volgens verantwoordelijk wethouder Petra Lepolder. ,,Het had de uitstraling van een stadspark en dat past helemaal niet op die plek. Samen met Buro Kreekenzo uit Kruisland is er een volledig nieuw inrichtingsplan ontworpen dat veel beter aansluit bij het open karakter van de omgeving.”

‘Landmarks’

Zogenoemde ‘landmarks’ vormen de rode draad langs de hoogtepunten in de West-Brabantse Waterlinie. De Mozesburg bij Fort de Roovere was daar het eerste voorbeeld van.  Inmiddels gevolgd door de – niet onomstreden – Bunkertreppe bij het Benedensas en de bejubelede nieuwe haven van Steenbergen. Ook tussen de sluizen en de kreken verschijnt een accoya-houten constructie in de vorm van twee taps naar elkaar toelopende lijnen. Bedoeld om over te wandelen of aan te zitten, om de kano aan te leggen of om de hengel uit te werpen.

Trots

Wethouder Lepolder kijkt vol trots naar alle ontwikkelingen in het gebied. ,,Ik zie dat er door de energie die we in de West-Brabantse Waterlinie steken er ook energie ontstaat. In de omgeving van de Blauwe Sluis alleen al zijn er zo vier nieuwe ontwikkelingen in gang gezet. Mijn trots betreft overigens met name de mensen die het daadwerkelijk doen: ambtenaren, bedrijven en particulieren. Als wethouder kom je ermee in beeld, maar zonder hen zou er niets gebeuren.”