Enthousiasme voor Carnaval onveranderd gebleven (3): Stephan Luijkx

STEENBERGEN – Uit een onderzoek van ‘Compleet Verkleed’ en ‘Happy Cactus’ begin dit jaar blijkt dat het Carnavalsfeest, landelijk gezien, steeds minder populair aan het worden is. Vooral de 35-plussers uit ons land zijn van mening dat het feest zijn beste tijd wel heeft gehad. Aanleiding voor Steenbergse Courant om een aantal lokale ervaringsdeskundigen eens stevig aan de tand te voelen. Hoe hangt de Carnavalsvlag er binnen onze gemeente bij?

Peeloofdurp (Dinteloord), Stephan Luijkx

Na een jarenlange ‘pauze’ voor het Dinteloordse Carnaval, is Stephan Luijkx één van de initiatiefnemers die afgelopen 11/11 heeft aangekondigd het Carnaval in Peeloofdurp een nieuw leven in te willen blazen. Dit initiatief is afkomstig van de vijf lokale Bouwclubs en het streven is om voor het dorp ook opnieuw een Stichting Carnaval op te gaan zetten. Gevraagd naar hoelang Stephan al Carnaval viert, verwijst hij naar het toepasselijke motto van zijn Bouwclub ‘De Plakkers’ dit jaar: “Ut is oons meej dun paplepel ingegoten”; zijn hele leven dus al. In de rustige jaren, moesten de Peeloofdurpers noodgedwongen uitwijken naar bijvoorbeeld Steenbergen of Stampersgat, maar sinds de afgelopen 2 à 3 jaar lijkt het Carnaval in Dinteloord weer terug te komen van weggeweest. In kleine stapjes wordt er zorgvuldig toegewerkt naar het weer enthousiast krijgen van de lokale bevolking en –horeca. Dankzij ‘CV Dun Dubbel Dees’, is het traditionele ‘Worstenbal’ opnieuw geïntroduceerd en de in Dinteloord en omstreken wereldberoemde DJ Matthijs Pluijgers (21 jaar) scoort hoge ogen met zijn Carnavals hit ‘Op de Tandem’. De basisscholen hebben dit jaar nog hun eigen motto, maar de organisatie probeert ze zover te krijgen dat er volgend jaar weer één dorpsmotto gevoerd kan worden. Stephan’s oproep aan de Peeloofdurpers luidt: “Hopelijk wil Dinteloord zich weer laten zien tijdens de Carnavalsfeesten. We hebben nu de kans om Carnaval weer gezellig met elkaar op ons eigen mooie dorp te kunnen gaan vieren”.