Een hart voor iedereen, door iedereen: Naomi schaalt Hartjesactie op naar zorgcentra

STEENBERGEN – De zesjarige Naomi Kool is klaar voor de volgende stap in haar actie ‘Harten voor iedereen, door iedereen’. Achter heel veel ramen van woonhuizen zijn al prachtige, papieren harten geplakt. Die missie lijkt dus te slagen. Nu verlegt zij haar aandacht naar de ouderenvoorzieningen in de hele gemeente Steenbergen.

“Ik hoop dat iedereen harten voor deze mensen wil maken en die dan daar in de brievenbus wil doen. Dan kunnen de verpleegsters of de mensen zelf die harten achter hun raam plakken. Dat is leuk om door naar buiten te kijken.” De welbespraakte Steenbergse jongedame hoopt dat het nog een effect heeft: “Wanneer de mensen buiten die hartjes zien, denken ze er vast aan om even te zwaaien naar de mensen binnen. Dat vinden ze leuk want die oude mensen zijn nu ook maar alleen.”

Een beetje beroemd

Naomi vindt het fantastisch dat de hartjesactie zo enthousiast ontvangen wordt. Wat haar betreft gaan we ermee door tot corona helemaal voorbij is. “Misschien word ik er ook wel een beetje beroemd door?,” vraagt de Steenbergse zich af. In Steenbergen ben je dat al hoor Naomi, zeker nadat je aanstaande zondag om 13.00 uur te zien bent in het SLOS programma Thuisblijvers van presentator Sieb Martens.

Leuk tijdverdrijf

Wie mee wil doen met de Hartjesactie hoeft alleen maar mooie harten uit te knippen, eventueel te versieren of er een leuke tekst op te zetten. Doe ze in een envelop en zet daarop de vraag aan het personeel van het zorgcentrum of men de hartjes ze achter de ramen van bewoners wil plakken. Stop de envelop vervolgens in de brievenbus van het zorgcentrum naar keuze. Niet alleen voor kinderen een leuk tijdverdrijf, ook voor volwassenen een aanrader!

De zesjarige Naomi Kool wil iedereen een hart onder de riem steken in deze lastige tijd. Vooral de ouderen die geen bezoek krijgen in de zorgcentra waar zij verblijven. “Maar ook oudere mensen die bijvoorbeeld in de flats aan de Molenweg in Steenbergen wonen, moeten we niet vergeten!”

Door: Dasja Abresch