Dinteloordse Bet Houtepen leeft met haar honderd jaar nog op zichzelf

DINTELOORD – Haar woning in de Witte de Withstraat is feestelijk versierd. Bij de voordeur een ereboog waarop het getal 100 prijkt. Binnen, in de woonkamer, vlaggetjes met eveneens de opdruk 100 en feestballonnen natuurlijk, ook die ontbreken niet.
Bet – Elisabeth, officieel – Houtepen-van der Horst is honderd. Nou ja, aanstaande zondag eigenlijk, dan wordt het ook gevierd. “Met een buffetje bij de Blauwe Wolk. Met een klein gezelschap, want de familie is niet zo heel groot”, zo laten moeder Bet en zoon Wil weten.

Bet Houtepen is nog opmerkelijk vief, al laat het geheugen haar soms wat in de steek. “Ik loop met een rollator”, vertrouwt ze toe. “Nou het is meer racen”, corrigeert kleindochter Jessica, “Want oma gaat hard met haar rollator”.

'In de dag en nacht bediening bij de Beurs'

De honderdjarige is in Standdaarbuiten geboren. In een groot gezin. “We hadden tien kinderen thuis. Zes jongens en vier meisjes”. Op 19-jarige leeftijd vertrok ze naar Dinteloord en ‘woonde ze in’ bij zus Trien en haar man Piet Bruijseels. In de Westachterstraat, de tegenwoordige Westerstraat. Ze werkte ‘in de bediening voor dag en nacht’ bij Hotel De Beurs, toen nog eigendom van Van de Merbel. “Daar sliepen vaak chauffeurs, die te laat aankwamen voor de pont naar de overkant. Dan moesten ze overnachten en verzorgde ik ’s ochtends hun ontbijt”, weet Bet nog.

Het bombardement

Wat ze ook nog goed weet is het bombardement op Dinteloord in de laatste oorlogsdagen. “Wij zijn naar de polder gevlucht. In een leegstaand huis. We waren bang en hoorden de bommen vallen”, herinnert Bet. “Ze hadden het aanbod van graanhandelaar Vogelaar gekregen om in hun kelder te schuilen. Maar goed dat ze daarvan geen gebruik hebben gemaakt. Want alle mensen die in die kelder zaten werden door de bommen gedood”, vult zoon Wil aan.

De was

Bet trouwde vanuit het huis van haar zus Trien met Jan Houtepen. Jan werkte bij uienhandel Remus, voorheen Bart Smits. En Bets heeft ook nog een aantal jaar als schoonmaakster gewerkt bij de toenmalige drukker Herselman in de Voorstraat. Later deed ze thuis het huishouden en ook de was voor haar ouders en broers, die vader steeds bracht. In de jaren na 1948 woonde ze met Jan en zoon Wil in de stenen noodwoningen aan de Groene Kruisstraat. “Op nummer 46”, vertelt Wil.

Al 52 jaar op dezelfde plek

In 1965 verhuisde familie Houtepen naar de Witte de Withstraat. “Ik woon hier nu 52 jaar”, zegt Bet trots. Op tafel staat een bos bloemen. “Die kreeg ik vorige week van de woningstichting, met nog 6 andere bewoners in de straat. Ook zij wonen hier meer dan vijftig jaar”. Bet Houtepen zegt dat ze met veel plezier op haar vertrouwde plekje woont. “En nog helemaal zelfstandig. Al komen ze ’s ochtends en ’s avonds wel even langs voor een pilleke”, voegt Wil toe. “Ze haalt nog meestal zelf haar boodschappen”.

“Moet ik nog wat voor je meenemen”, vraagt haar schoondochter wat later, als het over boodschappen doen gaat. “Nee, de kès van vorige week ligt t’r nog. Ik heb nie veul nodig”, is het antwoord.

‘Beetje zenuwachtig’

Dan belt locoburgemeester Cors Zijlmans aan. Hij komt met gemeentelijke felicitaties. Eet een gebakje mee en drinkt een kopje koffie. “Ik zal blij zijn als dit achter de rug is”, vertrouwt de honderdjarige hem toe. Ook al wordt alles voor haar vandaag door de familie verzorgd, ze is er toch best een beetje zenuwachtig van. “Dan denk ik hier aan en dan weer daar aan”.

Waar ze wel naar uitkijkt is het feestje van aanstaande zondag. Dan is het hele spul gezellig bij elkaar. Zoon Wil en echtgenote, de twee kleinkinderen Jessica en Jeffrey en hun kinderen, haar achterkleinkinderen. Jessica heeft drie meisjes en Jeffrey drie jongens, vertelt Bet Houtepen trots.

Foto's: De honderdjarige Bet Houtepen ontvangt bloemen en felicitaties van locoburgemeester Cors Zijlmans. Zoon Wil kijkt lachend toe. En binnen is er koffie met gebak.

Tekst en foto’s: Peter Vermeulen © Steenbergse Courant / KijkopSteenbergen.nl