Carnavalesk erfgoed veilig achter slot en grendel van de Strienestadse Brààndkast

STRIENESTAD –Prins Strienius V had al een indrukwekkende reeks eretitels achter zijn naam staan, maar afgelopen zondag bleek dat er toch nog ruimte was voor eentje meer. In het tijdelijk onderkomen van het Stéénberreges Karnevalsmuseum van Chiel Veraart werd hij namelijk benoemd tot Sleutelbewaorder van de Strienestadse Brààndkast. Achter de stalen deur rusten ‘waordevolle weteswaordige dingeskes’ uit de rijke carnavalshistorie van de stad.

Chiel Veraart is er één van het geslacht Veraart dat decennia lang bier brouwde op de hoek van de Berenstraat en de Simonshaven in Steenbergen. Hoewel die geschiedenis vervlogen is, herbergt het monumentale pand nog vele herinneringen aan die tijd. Nu vader en moeder Veraart allebei overleden zijn, besloten de kinderen de familiewoning en bedrijfspanden te verkopen.
Het werd dus tijd om 150 jaar familiegeschiedenis op te ruimen, te verdelen en eventueel te herbestemmen, zoals in het geval van de oude brandkast die vroeger de belangrijke bedrijfsstukken herbergde.  Als zelfbenoemd curator van het Strienestadse karnevalserfgoed zag Chiel in de stalen kluis een veilig onderkomen voor de unieke topstukken uit zijn collectie.
Chiel zou Chiel niet zijn als dat dan niet op een bijzondere wijze moest gebeuren. Met veel geduld maakte hij van de kast een mini-kijkdoos-museum vol zeldzaamheden. Voor het ambt van Bescherrum’eer & Sleutelbewaoder kwam er maar één in aanmerking: Prins Strienius V.

Gele spruitjes

Samen met het voltallige gevolg vergaapte de prins zich na de officiële opening van de Stéénberregse Brààndkast aan de bijzonder collectie. Recent verkregen hoogtepunt is de mal van het allereerste insigne ooit uit 1961. Slechts 22 exemplaren zijn er gebakken, uit klei die door Prins Strienius I (Louis Vlamings) en zijn kornuiten eigenhandig uit de Strienestadse polder is gestoken. Van die 22 waren er 21 ambachtelijk geverfd met groene spruitjes, terwijl die ene voor de prins gele spruitjes kreeg. Beide varianten zijn uiteraard te bewonderen achter de glasplaat in de brandkast.
De mal is aan Chiel geschonken door Toon van Drunen die samen met Harrie Vlamings de 22 exemplaren kleide en verfde. “Toon vindt daddut ‘ier echt thuis oort”, zo staat in de Stéénberregse Brààndkast te lezen.

Erfgoed

Prins Strienius V was zichtbaar onder de indruk van de inhoud van de kluis en het gedachtegoed erachter. “Karneval is een belangrijk onderdeel van het Strienestadse erfgoed. Het is bijzonder om al deze unieke stukken zo bij elkaar te zien. Het is allemaal zo kwetsbaar en als het weg is, is het ook echt weg. Het is geweldig dat Chiel een manier heeft gevonden om het te beschermen en het tegelijkertijd toch te kunnen laten zien aan het publiek.”
Dat zal voor het eerst zijn tijdens de Leutroute die op zondag 23 februari wordt gelopen. De deelnemers zullen dan met eigen ogen de schoonheid van de Stéénberregse Brààndkast en haar inhoud ervaren. Voor die gelegenheid is het Stéénberregs Karnevalsmuseum in pop-up vorm herrezen in de oude tapperij aan de Simonshaven. De Leutroute-lopers kunnen zich er vergapen aan een bijzonder complete verzameling, zelfs van voor de tijd dat er carnaval was in Strienestad. “Ik heb een achttal Bergse insignes uit de jaren ’50. We willen het liever niet horen, maar daar zijn we het wel gaan leren,” lacht Chiel.

Het volledige gevolg kwam ‘karnevalsbest’ gekleed naar de officiële opening van de Stéénberregse Brààndkast. Chiel Veraart overhandigde tijdens de korte ceremonie de sleutels aan Prins Strienius V.

Uit de brandkast kwam een speciale verrassing voor Mussenkoning Martin den Broeder, die zelf een fervent verzamelaar van Strienestadse insignes is. Met de overhandiging van het insigne van 1972 bracht Chiel hem een stapje dichter bij een complete collectie. Het is er wel één ‘meej-zonder-oor’. Een puntgaaf exemplaar is veilig opgeborgen achter de stalen deur.

Door: Dasja Abresch