Burgemeester tijdens Dodenherdenking: “Unieke herdenking schept bijzondere band in samenleving”

STEENBERGEN –Beklemmend leeg waren de pleinen bij de oorlogsmonumenten van de gemeente Steenbergen gisteravond. De Dodenherdenkingen die normaal gesproken honderden mensen op de been brengen, werden nu bijgewoond door enkelen van wie de functie dit verlangde. Zoals uiteraard burgemeester Ruud van den Belt die samen met zijn echtgenote Angela de kranslegging verzorgde bij het monument aan het Kerkplein in Steenbergen. Hij sprak de inwoners van de gemeente toe in hun eigen huiskamers via de camera’s van de SLOS: “Herdenken zoals vanavond, 75 jaar na de bevrijding van ons land, schept ook juist nu een bijzondere band tussen mensen, groepen en generaties. Het met elkaar delen van het verdriet om “het gemis” werkt hierbij louterend en troostend.”

De burgemeester begon zijn toespraak met de woorden ‘Vrijheid, blijheid. Ik ben vrij. Ik ren overal naartoe’.  Het zijn de woorden op het klaproosviaduct tussen Welberg en Steenbergen als vertolking van het gevoel van vrijheid die wij sinds de Tweede Wereldoorlog mogen ervaren. Het viaduct werd eind vorig jaar overgedragen aan de nazaten van Canadese bevrijders die de gemeente Steenbergen bezochten ter gelegenheid van de festiviteiten rond 75 jaar bevrijding.

Vertrouwen hebben en volhouden

“Toen hadden we nog geen idee wat ons te wachten stond en konden we met elkaar – vrijuit en uitgebreid – stilstaan bij 75 jaar vrijheid,” aldus Van den Belt. “Gelukkig hebben we dat – massaal – gedaan, waardoor er een hernieuwd gevoel van saamhorigheid in onze samenleving is ontstaan, dat we juist nu zo hard nodig hebben.”

Vrij om overal naar toe te rennen zijn we even niet meer. Vanwege regelgeving, maar ook vanwege zelfdiscipline en medeleven. “Juist nu ervaren we des te meer wat de beknotting van onze vrijheid met zich mee brengt en hoe we daarmee om moeten gaan; door vertrouwen in elkaar te hebben en vol te houden.”

Steng regiem

“Dat volhouden duurt voor ons gevoel al bijna een eeuwigheid,’ vervolgde Van den  Belt die direct daarna dit sentiment relativeerde door de vergelijking naar oorlogssituaties te trekken. “De meesten van ons kunnen zich onmogelijk voorstellen hoe het in de Tweede Wereldoorlog moet zijn geweest om vijf jaar lang te moeten leven onder een streng regiem, met alle beperkingen van dien. De meesten van ons kunnen zich, gelukkig, ook geen voorstelling maken bij de ontberingen van uitgezonden militairen, die zich sindsdien – met gevaar of zelfs verlies van eigen leven – hebben ingezet voor de wereldvrede, die helaas nog altijd een utopie is.”

Beste van onszelf laten zien

Hoewel de strijd tegen het corona-virus geen oorlogsgeweld is, zijn er volgens de burgervader wel degelijk overeenkomsten. “Beschermen wat ons dierbaar is, betekent nu, vandaag de dag, vooral dat we ervoor helpen zorgen dat het dagelijks leven doorgaat en we daarbij extra aandacht geven aan de kwetsbaren in onze samenleving. Met veel creativiteit, aanpassingsvermogen, vastberadenheid en betrouwbaarheid als kracht, helpen we elkaar waar we kunnen om onze vrijheden terug te krijgen en het beste te laten zien van onszelf voor het grote geheel.”

“Het beste laten zien”, uit zich volgens de burgemeester in de gemeente Steenbergen in “gemeenschapszin en saamhorigheid”. “Mensen laten hun hart spreken en 1,5 meter tussenruimte drijft géén wig drijft in de ultieme betekenis van het woord “Samen-leven”! “

Na afloop klonk op het Kerkplein en in de huiskamers een gedeelde conclusie: Het mag dan een unieke herdenking zijn geweest, we hopen het toch nooit meer mee te maken.