Brugklassers Ravelijn hopen met Lego-robot in Amerika te komen

STEENBERGEN – Hoewel chaos momenteel nog lijkt te overheersen, staan opperste concentratie en een goede samenwerking toch echt centraal bij het project waarmee een aantal brugklassers van ’t R@velijn dit schooljaar begonnen is: de First Lego League. Een wedstrijd voor jonge techneuten van scholen in heel de wereld. De twaalf deelnemende leerlingen van ’t R@velijn werken onder begeleiding van techniekdocent John Sletering aan hun debuut.

Er wordt gerend, gelachen en er worden grappen uitgehaald. Maar gewerkt? ,,Dat ook,” weet  Sletering. ,,Het zijn kinderen die net van de basisschool komen, het is lastig om ze meteen helemaal geconcentreerd aan de slag te zetten. Het gaat mij niet zozeer om het behalen van de eerste plek, maar om het leren samenwerken. De deelname aan deze wedstrijd is al spannend genoeg voor ze.”

'Je moet steeds zelf ondervinden hoe alles werkt, dat maakt het lastig'

De First Lego League is een internationale wedstrijd die sinds 1998 jaarlijks wordt georganiseerd voor jongeren tussen de 9 en 15 jaar, waarbij met behulp van een zelf ontwikkelde Lego-robot een bepaald parcours moet worden afgelegd.

Een pittige klus, als we Renée Mens mogen geloven. ,,Er worden niet echt dingen uitgelegd, je moet zelf steeds weer ondervinden hoe alles werkt. Dat maakt het lastig.” Toch is ze er van overtuigd wel ver te komen en misschien zelfs naar Amerika te kunnen voor de uiteindelijke finale. ,,Hoe stoer zou dat zijn!”

'Het gaat echt om het leren samenwerking'

De First Lego League begint echter met een regionale wedstrijd op 28 november bij Avans Hogeschool in Breda. De beste teams gaan door naar de Benelux-finale en de winnaars daarvan steken de grote plas over naar de Verenigde Staten .

Om een zo goed mogelijk resultaat te bereiken is het van belang dat de groep zo min mogelijk fouten maakt tijdens het slechts drie minuten durende ‘optreden’. ,,Op dit moment lopen we op schema”, aldus Sletering.

,,Met wat ze nu hebben, weet ik dat we toonbaar zijn in Breda. Of we daarna veel verder komen, durf ik niet te zeggen. Dat doel houden de leerlingen zelf wel voor ogen en dat is belangrijk, maar mij gaat het echt om het leren samenwerken. En het feit dat de leerlingen zullen inzien wat er mogelijk is met techniek en waarvoor het dient.”