Bewoners Berenstraat voelen zich niet gezien en niet gehoord

STEENBERGEN – Bewoners van de Berenstraat in Steenbergen zijn teleurgesteld, boos en bezorgd. Als onderdeel van het bouwplan ‘Hart van Steenbergen’ komen er in hun straat 17 appartementen. Dat gaat een grote impact hebben op hun woon- en leefomgeving die de afgelopen twintig jaar toch al onder druk is komen te staan. De rek is eruit volgens de buurtgenoten die zich verenigd hebben in de bewonersgroep ‘Hart van de Berenstraat’. 

Woordvoerder Arie Gramsma legt het probleem uit. “Een aantal jaar geleden zijn wij geïnformeerd over een kleinschalig appartementencomplex dat op de plek van de oude Hubo-loods zou komen. Het zag er mooi uit en was beperkt in omvang. Daar konden we mee leven. Daarna hebben we er niks meer van gehoord, tot het moment dat we uit de kranten moesten vernemen dat er een groot appartementencomplex in onze straat komt. Dat voelde alsof er iets door onze strot werd geduwd.”

Parkeerterrein

In totaal telt ‘Hart van Steenbergen’ 29 appartementen. Aan de zijde van de Kaaistraat komen er twaalf, verdeeld over twee bouwlagen bovenop een winkelplint op de begane grond.  Aan de zijde van de Berenstraat komen nog eens 17 appartementen, verdeeld over drie bouwlagen. Het parkeerterrein waar 36 auto’s kunnen staan, wordt ontsloten via diezelfde Berenstraat. 

Historische zichtlijn

De rooilijn van het gebouw wordt gelijkgetrokken met de gevels aan de linker- en rechterzijde. Op dit moment is het nog een particulier parkeerterrein en daarmee een van de weinige open gebieden in de straat. Gramsma: “De zichtlijn op de historische Berenstraat van de Klaverstraat tot de Pompstraat is straks helemaal weg. Daar komt nog bij dat de balkonnetjes bij de appartementen, ook op de begane grond, nog zeker twee meter buiten de rooilijn komen.”

Paard achter de wagen

De manier waarop de gemeente en de projectontwikkelaar omgaan met de belangen van de omwonenden is volgens Gramsma stuitend. “De ontmanteling van de loods was al begonnen, toen wij een brief in de bus kregen. We konden ons aanmelden voor een bouwonderzoek om eventuele schade die ontstaat tijdens het slopen te compenseren. Dat is toch het paard achter de wagen spannen?”

In het zand

De kans dat er schade ontstaat, vooral tijdens de bouwwerkzaamheden, is volgens de woordvoerder een bron van zorg voor de inwoners. “Onze huizen staan in het oudste stukje van de stad Steenbergen. Die hebben geen fundering zoals tegenwoordig, maar staan rechtstreeks in het zand. Wat gebeurt er wanneer er geboord en gebouwd gaat worden?” Uit voorzorg heeft een aantal omwonenden al besloten gezamenlijk een bedrijf in de arm te nemen om de impact van de bouw op de woningen te monitoren.

Wanneer is het genoeg?

De lijst van bezwaren die de bewoners hebben, is lang. Waar gaat de ondergrondse vuilcontainer heen? Kunnen de hulpdiensten straks nog wel door deze straat? Wat is het effect op de, toch al hoge, parkeerdruk in de straat?
Bovenaan prijkt in neon-letters echter de vraag: Wanneer is het genoeg? “Sinds 2003 is iedere vrijgekomen vierkante meter bouwgrond opgevuld met een appartementencomplex. Wanneer stopt het? De gemeente heeft de mond vol van haar prachtige historische binnenstad en het bewaren ervan, maar het enige dat ze hier doet, is haar erfgoed verkwanselen ten koste van haar eigen inwoners.”

Trots

‘Hart van Steenbergen’ wordt daar een symbolisch voorbeeld van volgens Gramsa. “Aan de voorkant torent het complex straks uit boven het oude stadhuis en aan onze kant werpt het letterlijk zijn schaduw op de geschiedenis van de straat en in het bijzonder het monumentale ‘Bere-gebou’ uit de 17e eeuw. Als bewoners zijn wij trots op de historie van onze stad en straat. De gemeente blijkbaar niet.”

Omwonenden die zich aan willen sluiten bij ‘Hart van de Berenstraat’ kunnen zich melden bij Arie Gramsma, Berenstraat 26 Steenbergen.

Foto: Arie Gramsma is woordvoerder van ‘Hart van de Berenstraat’.  De buurtgenoten maken zich grote zorgen over hun woon- en leefgenot wanneer het appartementencomplex ‘Hart van Steenbergen’ doorgaat.

[ door Dasja Abresch ]

Beelden bij dit artikel