Burgemeesterscolumn: “Bescheidenheid siert onze helden”

Voor zover de omstandigheden dat toelaten, heb ik laatst toch maar even geprobeerd een korte “time out” te nemen. De coronacrisis vergt het uiterste van ons allemaal, wie we ook zijn en wat we ook doen. Dus als er gelegenheid is om wat rust te pakken, moeten we dat niet nalaten. In mijn geval neemt de loco-burgemeester het roer dan over. De gemeentelijke crisisorganisatie draait al weken op volle toeren en iedereen weet precies wat hem of haar te doen staat, dus met een gerust hart heb ik me vooral geconcentreerd op het thuisfront.

Maar ja, de wereld draait natuurlijk gewoon door en wanneer je vrouw dan ook nog als verpleegkundige in het ziekenhuis werkt en je zoon als inspecteur bij de politie, dan valt het sowieso niet mee om als gezin een momentje samen te vinden. Te meer omdat onze Rick op de eerste dag van mijn “time out” een bijzondere dienst had, waarbij hij geconfronteerd werd met het gezinsdrama in Etten-Leur, waarover u waarschijnlijk wel gelezen of gehoord heeft. Als u op tv het programma “Danny op straat” heeft gezien, kunt u zich vast en zeker voorstellen hoe heftig dit was voor Rick en zijn collega’s.
Vier dodelijke slachtoffers, onder wie twee kleine kinderen… Je moet er niet aan denken, maar het is de harde realiteit, die niemand in z’n koude kleren gaat zitten. Als ouders probeer je dan alles wat je kunt, om je zoon te helpen deze heftige gebeurtenis te verwerken. Gelukkig staat hij stevig in zijn schoenen, maar het laat je toch niet los.

Ook de tweede dag van mijn “time out” verliep anders dan gepland, omdat Angela werd opgeroepen voor een late dienst op de corona-afdeling van het Amphia in Breda. Zwaar werk met extra beschermende kleding en patiënten die veel zorg en aandacht nodig hebben. Waarbij het grote risico bestaat dat patiënten van het ene op het andere moment sterk verslechteren en zelfs vrij plotseling kunnen overlijden. Bij thuiskomst vertelde Angela dat er die dag zeven overledenen te betreuren waren… Ook dit gaat door merg en been. Van een goede nachtrust was hierna niet echt sprake, zoals u zult begrijpen.
Ik ben de andere dag weer aan het werk gegaan, met een groot gevoel van trots op mijn eigen helden, die zelf pertinent niet als zodanig aangemerkt willen worden. Om de simpele reden dat zij – en met hen alle mensen in cruciale beroepen zoals de  hulpverlening – áltijd paraat en klaar staan voor een ander. Door de coronacrisis valt dit bij velen nu pas echt op.  

Terwijl ik me dat bedacht, vond ik thuis een kaartje… “Voor mijn burgemeester”, met een engeltje erin, van Noor Koenraadt. Zo’n lief gebaar van een klein meisje, in mijn beleving ook een held, maakt het extra mooi om burgemeester te mogen zijn. En ook een bijdrage te mogen leveren aan onze maatschappij, die wat mij betreft echter in geen verhouding staat tot wat mijn eigen helden en al die andere helden doen. Want dat zijn het en dat blijven het, hoe bescheiden ze zelf ook zijn.
Gegroet,
Ruud

Burgemeester Ruud van den Belt schrijft – in de huis aan huis-edities van Steenbergse Courant – een column over alles wat hem bezighoudt in onze gemeenschap. Reageren kan via burgemeester@gemeente-steenbergen.nl